vrijdag 11 februari 2011

Niets...helemaal niets

Redelijk onverwacht ben ik vandaag samen met Paul naar Holland gereden om er vanuit zijn boot te vertikalen. Paul had immers in een weersvoorspelling gelezen dat er niet te veel wind zou zijn. Dus zou en moest er gevist worden. Ik kon me met wat moeite vrij maken om samen nog eens op bootvisavontuur te gaan.
Terwijl ik Paul opwacht, zie ik de vlaggen langs de weg behoorlijk wapperen. Zoals dikwijls was er toch meer wind dan verwacht. Als we maar kunnen vissen.
Om 8 uur alles vlug ingeladen en weg zijn we.
Terwijl we over de Zeelandbrug rijden, worden we gerustgesteld. De wind waait wel behoorlijk maar komt uit de goede richting zodat vissen wel mogelijk zal zijn. En zo is het inderdaad. Vlug getrailerd. Om 11 uur liggen we al ettelijke kilometers van de helling verwijderd op een mooi taludje en omringd door grote troepen opvliegende ganzen.
We starten allebei met een 25-grams fireball met op de haak een voorntje van 10 cm.
Alles geprobeerd...
We driften honderden meters langsheen het talud terwijl we op dieptes tussen 7 en 13 meter proberen een snoekbaars aan de haak te krijgen. Na ongeveer een uur blijft Pauls voorntje ergens aan de bodem haperen en hij slaat aan. Heel, heel traag komt op de bodem van de plas een snoekbaars in beweging, Pauls hengeltop veert een paar maal door en plots schiet de vis van de haak.
Na de middag wakkert de wind aan. Om meer uit de wind te liggen, kiezen we voor een drietal stekken een tiental kilometer verderop. Ondertussen heeft Paul zijn fireball verwisseld voor een shad. 
Terwijl we naar één van de nieuwe stekken varen, valt ons een kunstaasvisser aan de kop van een haven op. We zien hem een snoekje vangen dat hij vervolgens zeker een minuut laat spartelen op de stenen. Na veel gepruts slaagt hij erin het snoekje te onthaken en nog een minuut later zien we hem zijn best doen om het snoekje terug te zetten. Spijtig voor de snoek. Als hengelaar scoort deze onbeholpen visser echter beter dan ons beiden.
Na een poosje harde wind en zelfs wat zonneschijn, slaat het weer totaal om. De wind zwakt af, plots komt mist op, waarna het onophoudelijk begint te regenen. Ook de temperatuur gaat plots omlaag.
Wat we de komende uren ook nog uitproberen, we krijgen geen enkele aanbeet. 
Om vijf uur vinden we dat het genoeg geweest is en varen we verkleumd en door de mist de haven binnen. Boot terug op de trailer en op weg naar huis.
Onderweg onderhouden we elkaar met de gebruikelijke uitspraken zoals : "als je niet probeert dan weet je het niet", "we zijn toch terug eens buiten geweest" en "plots wisselend weer is nooit goed". We besluiten met "volgende keer beter".             
    

donderdag 10 februari 2011

Even rustig op vis- en jachtgebied

Door heel drukke werkomstandigheden, tal van vergaderingen en een verplichte bijscholing op de politieacademie ben in nog niet aan nieuwe berichten toegekomen.

Meestal kom ik pas laat thuis en val ik moe voor de televisie in slaap.

Waarschijnlijk komt er weldra tijd vrij om te jagen en/of te kunstaasvissen.

Ik hou jullie op de hoogte.

zondag 6 februari 2011

Windkracht 8 uit het zuidwesten maar daarom nog geen snoek

Zuidwestenwind windkracht 8 klinkt een snoekvisser als muziek in de oren. Meestal is de snoek bij harde wind behoorlijk los en bestaat er zelfs een kans om een mooie poldersnoekbaars te vangen.
Dus deze morgen in Pauls auto gestapt en samen naar de Hollandse polder. Vandaag hadden we een aantal weteringen in het oog waar we lang geleden nog gevist hadden en een polder waar we tot nu toe nimmer kwamen.
Als we uit de auto stappen, waaien we bijna rechtstreeks het bruinige polderwater in. De aanblik van diverse dode brasems, karpers en snoek her en der is opnieuw een weinig bemoedigend aanzicht.
Om halftwaalf krijg ik mijn eerst aanbeet op een Salmo Warrior Crank. Een snoekje van rond de 60 cm hangt een vijftal seconden aan de haak om dan los te schieten. Na een uur vissen zonder verdere aanbeten stoppen we er mee om vervolgens naar een eindje verder te verhuizen. We proberen op een groot boezemwater maar daar staat gewoonweg veel te veel wind om behoorlijk te vissen.
Dan maar een onbekende wetering geprobeerd die redelijk beschut ligt en niet te ondiep is.  Paul hangt een grote Cormoran Belly Dog, een soort van dikke Mann's Minus of Big S, aan de lijn, terwijl ik verder vis met de Warrior Crank. Al vlug weet Paul een snoek te verspelen en er één te vangen. Het volgende uur vangt hij er nog één en mist hij er nog twee. Ik schakel tenslotte over op een geelgekleurde Strike Pro Babybuster. Nog geen tien worpen verder vang ik ook een snoekje van rond de 60 cm en weet ik er nog eentje te missen. Ondertussen waait het steeds maar harder en harder. We passeren een poel van waauit een twintigtal talingen opvliegen. Echt een mooi zicht.
We besluiten in een polder 10 km verderop waar Paul nog een laatste snoekje weet te vangen.
Niettegenstaande het uitstekende snoekweer een mager resultaat. Vier snoeken gevangen en een zestal snoeken verspeeld. Je ziet : goed weer heeft geen automatische vangstgarantie.
Moe en tevreden naar huis, maar eerst stoppen aan de grens om bij Mc Donalds onze gebruikelijke warme hap te halen.
  

zaterdag 5 februari 2011

Verwen je tacklebox (6) - kleine plugjes, grote vangsten

Er toe aangezet door diverse artikels en het boek "Jagen op jagers" van Bertus Rozemeijer zijn we ons een twintigtal jaren geleden beginnen toeleggen op het trollen op snoekbaars. Lange slanke pluggen met een grote duiklip werden aanbevolen. Daarom gebruikten we onder meer de veel aangeprezen Mann's Stretch 15+ en 20 + pluggen van rond de 11 cm lang zonder en 16 cm lang met lip. Deze pluggen gingen tot 6 m diep maar trokken behoorlijk hard aan de hengel waardoor een dag lang de hengel vasthouden vaak een marteling werd. Niettegenstaande we de pluggen mooi en juist boven de bodem sleepten, het talud volgden, de juiste snelheid aanhielden, kortom alles volgens de boekjes deden, maakten we toch nooit supergoede vangsten. Met deze betrekkelijk grote pluggen vingen we wel een bescheiden aantal snoekbaarzen die de magische 90 cm haalden maar grote aantallen en regelmatige vangsten van baarzen haalden we nooit.  
Met de opkomst van de Salmo Hornet-serie is het tij echter volledig gekeerd. De keren dat we trollend vissen - we verkiezen over het algemeen te werpen - zijn we overgeschakeld naar piepkleine plugjes, met naargelang de diepte kleine of grote duiklippen.   
De Salmo Hornet is te verkrijgen in maten varierend tussen 2,5 en 7 cm,  in zinkende en drijvende uivoeringen en in ondiep en diep duikende versies. Voor polder- en (ultra)lichtvissen gebruiken we de drijvende Hornets met de codes H3F, H4F en H5F. Voor trollend vissen op dieper water, rivieren en in kanalen hangen we de steeds de H4SDR (waarbij SDR voor super deep runner staat)  en H5SDR-uitvoeringen in de speld. . De 4 -versie gaat volgens de fabrikant 4 m diep en de 5- uitvoering 6 meter, maar dit zijn volgens onze ervaringen en onze dieptemeer optimistische dieptes. Afhankelijk van wind, stroming, enz. is al trollend met de grootse uitvoering 4,5 m mogelijk.
In ieder geval sinds we deze plugjes gebruiken, zijn onze (baars)vangsten omhoog geschoten. Ik wil niet bluffen en dus enkel ter illustratie kan ik meedelen dat we reeds verschillende malen vangsten van meer dan 50 grote baarzen op één plaats hadden. Ook snoekbaars en roofblei zijn zeker niet vies van deze plugjes. In het bijzonder wat roofblei betreft, vergeten veel hengelaars maar al te vlug dat roofblei zich vaak heel diep in het water ophoudt. Vandaar dat we heel snel trollend boven 6 tot 12 m diep water reeds verschillende kapitale roofbleien (tot 84 cm !) vingen. Ook zeeforel zag regelmatig al eens een prooi in deze kunstaasjes.
Werp of trol deze Hornets steeds aan zo dun mogelijke lijnen. Zo komt de actie beter tot recht en gaan de plugjes dieper. Om schuren van de lijn tegen de bodem te voorkomen en als bescherming tegen snoeken die ook van deze plugjes niet vies zijn, zit er steeds een heel dun staaldraadje (meestal 15 lbs Sevenstrand) tussen hoofdlijn en kunstaas. Verder controleer ik bij het trollen om de tien minuten of de hoofdlijn niet geschuurd is waardoor plotse lijnbreuk zou kunnen optreden.

vrijdag 4 februari 2011

Earfood 9 - jeugdsentiment van een natuurliefhebber

Alhoewel ik nog steeds, reeds een beetje oud en versleten zijnde, tracht de hedendaagse muziek bij te benen, heeft veel van mijn geliefkoosde muziek, die me op mijn eenzame vistochten vergezelt, te maken met onvervalst jeugdsentiment. Vaak weet ik nog wat ik deed op het moment dat ik een song voor de eerste maal hoorde. Dikwijls bezorgt mijn auditief geheugen me veel herinneringen, meesta leuk, ook soms intriest.
Toen ik op de middelbare school zat, keek ik steeds uit naar de woensdagnamiddagen. Op BRT radio twee liep toen vanaf 14 uur een muziekprogramma, waarvan ik al lang de naam vergeten ben, zoals ze het nu niet meer maken. Gedurende drie uur werd elke week een langverwachte nieuwe lp voorgesteld waarbij elk nummer gedraaid, uitgespit en diepgaand geanalyseerd werd. Toen werd echt nog aandacht aan muziek besteed ! In de toenmalige wereld zonder kabeltv en internet was die radiouitzending voor mij verreweg het enige venster op de rockmuziek. Het moet in 1979 geweest zijn, dat tijdens een wiskundetaak, mijn aandacht naar de bij ons thuis steeds spelende radio getrokken werd. Een topsong, punkrock, in het Duits dan ook nog en gezongen door een voormalige operazangeres uit de DDR : "Unbeschreiblich weiblich" van de Nina Hagen Band. Was me dat een revelatie. Krachtig, energiek, origineel en vocaal hoogst interessant. Terug ging een nieuwe wereld voor mij open. Geld gespaard en vlug de lp gekocht. Bleek die niet anders dan goede nummers te bevatten, zoals "Auf'm Bahnhof Zoo" en "Rangehn". Keigoed en nog steeds even up-to-date.Ik draai hem nog steeds.
Terwijl ik deze post schrijf, luister ik trouwens via Grooveshark naar "Naturträne". Offnes Fenster präsentiert, Spatzenwolken, Himmelflattern,... Voor mij nog steeds wondermooi en het beste nummer van de plaat.

woensdag 2 februari 2011

Kunstaas maak je zelf (2) - dubbele streamers, dubbele kansen

Meer dan twintig jaar geleden heb ik me de moeite getroost om elk visjaar met hoofdzakelijk één bepaald soort kunstaas, zoals spinners, pluggen en lepels, te vissen. Niet alleen om me de techniek eigen te maken, maar ook om eens aan te voelen of een bepaald soort kunstaas beter zou vangen. Zeker wat polderwater betreft, kwam ik tot de conclusie dat pluggen het vlugst onderhevig waren aan dressuur.
Zo heb ik jarenlang ook bijna uitsluitend met streamers gevist. Aanvankelijk met relatief kleine bucktailstreamers (ca. 15 cm) gebonden in matukastijl, dit is gebonden met toefjes bucktail bovenop de haaksteel. Later begon ik mijn streamers niet alleen met bucktail, maar ook met yakhaar, vossenhaar, veren, allerlei glitters, kunstmatige materialen ,enz. te binden op een manier dat de haaksteel rondom bedekt was. Ik bond de streamers bovendien zo groot mogelijk. Ook in polder ben ik liefhebber van groot kunstaas. Op één voorwaarde weliswaar en dat is dat het kunstaas niet veel trillingen veroorzaakt. Ik heb immers de indruk dat zeker groot kunstaas, dat veel trillingen uitzendt, vaker de roofvis afschrikt dan aanlokt. Vaak is een kleine wiebel veel beter dan groteske bewegingen.
Nu vis ik het vaakst met grote tandemstreamers tot 30 cm toe. Hiervoor gebruik ik meestal de langstelige Gamakatsu haken, model Aberdeen LS-5013F, in de maten 6/0 of 4/0, die ik met dikke dacron aan elkaar verbindt. Ook gebruik ik nog andere haken zoals de kortere haken met binnengerichte punt Gamakatsu F314 in de maten 2/0 en 4/0, Gamakatsu worm 36 in de maat 5/0, Kamasan Aberdeen B940 in de laten 2/0, 4/0 en 6/0, evenals de verschillende snoekstreamerhaken van Partridge, de Ad Swierserie. Binddraad komt gewoon van de markt en is een dik soort naaigaren dat je in de meest flashy kleuren heel goedkoop kan kopen. Bucktail is meestal afkomstig van Orvis.
Eerst bind ik op de achterste haak drie toefjes bucktail in, die dienen als ondersteuning. Boven die toefjes bucktail komt een lange staart van bijvoorbeeld yakhaar of kunsthaar. Bovendien bind ik ook twee of vier stijve (meestal grizzly) hackles in met de holle kant naar buiten. Vervolgens wordt de eindhaak en de voorste haak volledig afgewerkt met bucktail en glitter. De bucktail wordt rondom ingebonden, glitter bind ik enkel van boven in om verwarring in de haken te voorkomen. Ik besluit met kettingoogjes op de eerste haak zodat de streamer in het water een jiggende beweging krijgt. Mijn voorkeur gaat uit naar volgende kleurcombinaties : rood/wit, geel/oranje, zwart/wit, roze/wit, chartreuse/geel en zwart/blauw, alhoewel ik reeds op de meest eigenaardige en niet snoekerige  kleuren gevangen heb.   
Deze lange, doch slanke streamer vis ik vlot met mijn oude éénhandige Loomis European Salmon-hengel. Deze driedelige hengel is met zijn elf voet (3,30 m) uitstekend om in polder te vissen. De lengte laat je immers toe ver uit de oever te blijven of om over rietkragen te werpen en te vissen. Het is daarom spijtig dat er zo weinig echt lange streamerhengels op de markt zijn. De vliegenlijn is een WF Aftma 9 drijvend in de polder; intermediate of traag zinkend in kanalen of meren. Als reel gebruik ik een oude Hardy Marquis Multiplier.
De streamers worden door middel van een spinstang met speld met wijde boog  (type Okuma stainless snap-lock nr. 2) aan de leader bevestigd die meestal bestaat uit een stuk 55/100 en een stuk 45/100 nylon, totaal zo'n 2 m lang. Op ondiep water vis ik mijn streamers altijd zo dat ik ze zie. Sla echter bij een aanbeet niet te vroeg aan.  
Bij redelijk  tot zeer helder water hoeft streamervissen niet onder te doen voor andere wijzen van kunstaasvissen. Jaren viste ik enkel met de streamer, terwijl mijn vismaat hoofdzakelijk met spinners viste. Nooit lagen de vangsten ver uit elkaar, terwijl ik als vliegvisser toch beduidend minder worpen maakte.

dinsdag 1 februari 2011

Als het vriest, jagen we op bosduiven - zondag

Ik ben juist voor een halfuurtje uit mijn bed, de griep en de daarbij horende koorts hebben me sinds enkele dagen in de greep. Toch wil ik jullie een verslagje van onze bosduivenvoormiddag afgelopen zondag niet onthouden.
Bij zonsopgang waren we reeds op pad. De temperatuur was min zes, de wind rond kracht 4, het zonnetje scheen. Goed duivenweer dus.
Het was berekoud maar
het resultaat maakte alles goed
Ditmaal reden we naar een bosje te midden van uitgestrekte weilanden. Aan de rand van de weiden en akkers bevinden zich uitgestrekte bossen waar veel bosduiven vertoeven. Die duiven vliegen 's voormiddags uit om voedsel te zoeken. Een ideaal moment om plaats te nemen onder een vluchtlijn waarlangs de duiven vliegen om ze zo onder schot te nemen. 
Johan nam de kortste weg, een landweg in erbarmelijke staat, om na honderd meter bijna vast te zitten. Dan maar achteruit teruggekeerd om volledig om te rijden. Gemakkelijk is wat anders. We moeten ons parkeren op een hoeve om dan al ons materiaal een kilometer door het veld te dragen.  Op de maïsstoppel vliegt een eenzaam koppeltje patrijzen weg. Zoals overal in Vlaanderen staat het vol met prikkeldraadomheining waar we steeds moeten overklauteren. De laatste prikkeldraad resulteert in een scheur in mijn broek. Johan en ik zijn het er zoals altijd over eens dat prikkeldraad 1000 euro de meter zou moeten kosten.  Ze zouden er zoveel niet plaatsen.
Ik neem plaats in een klein bosje, Johan een honderd meter verder weg in een gracht aan een rij knotwilgen en elzen. In het geweer kaliber 12 Mirage Soft Steel, 32 gram, nummer 3. Ik heb mijn twijfels of zacht staal wel bestaat maar na langdurig testen vind ik dit zowat de beste duivenpatroon in staaluitvoering. Niets kan aan lood tippen maar de wetgever verbiedt het ons.  Lood was in ieder geval veel weidelijker, met staal heb je veel meer ziek geschoten wild.
Rond 10 uur komt het goed op gang. Alleen of in groepjes van drie tot vijf bieden zich heel wat bosduiven aan. Zowel Johan en ik zijn vandag goed bij schot en eindigen om twaalf uur met 27 duiven. Tijd om de rust in het veld te laten terugkeren, ons materiaal een kilometer terug te slepen en bij een straffe koffie straffe jagersverhalen te vertellen.