woensdag 7 mei 2025

Zeelt !

 Lang geleden, toen ik nog in de lagere school zat, nam mijn vader zaliger mij vaak mee uit vissen op de Damse Vaart te Hoeke. Toen een zeer gerenommeerd kanaal met een zeer goed witvis- en palingbestand. In die tijd visten de meeste vaste stok hengelaars met een stevige glasvezel Lerc-hengel. Sommige hadden een meer luxueuze smaak en gebruikten een aluminiumhengel met volglastop. Wat konden die hengels schitteren in de zon. Veel zal het voor de vis niet uitgemaakt hebben aangezien het kanaalwater toen steeds een vaalgroene kleur had en de zichtbaarheid gering was.

Zelf viste ik aanvankelijk op blankvoorn en alles wat maar bijten wilde  met een driedelig bamboehengeltje en later met  een 4 meter lang Daiwa telescoophengeltje. Een hengeltje dat ik trouwens tot op de dag van vandaag nog steeds heb en soms zelfs nog gebruik.

Bij gebrek aan kennis, geschikt aas en voer waren mijn vangsten eerder gering te noemen. Ik gebruikte immers aarde van een molshoop als lokvoer, omdat ik dat in een heel oud hengelboek zo gelezen had en deeg van witbrood als aas. Dit was het. Toch lukte het me regelmatig mooie voorns te vangen.

Als beginnende visser keek ik me dan ook de ogen uit toen ik de specialisten van de vaart met de vaste stok in actie zag. Aangepast voer ( La Sirene X21 was toen zeer in), muggenlarven, maden en kempzaad bezorgden hun volle leefnetten. En aangezien vaak naast velden lelie- en plompebladen gevist werd, werden regelmatig grote zeelten gevangen. Op hun dunne snoertjes van 8 of 10/100 nylon was het helemaal niet gemakkelijk deze grote zeelten, die tot anderhalve kilo wogen, te landen.

Ook toen uiteindelijk mocht gevist worden in Het Leen zag ik regelmatig mooie zeelten vangen.

Ik vond het prachtige vissen met olijfgroene en gouden kleur en met hun oranje oogjes. Ook ik zou zeelten vangen. Dit viel echter dik tegen. Alhoewel ik vaak aan de waterkant was, kon ik weinig zeelten en dan vaak slechts kleine exemplaren vangen.

Maar het vissen op en het vangen van zeelt bleef in mijn hoofd hangen, maar ik kwam er niet meer toe.

Tot ik verleden week op een vergeten, ondiep water terecht kwam om er in de gesloten roofvistijd wat te feederen. Weliswaar met veel beter materiaal nu : een Peter van de Willink short distance feeder hengel met Shimanomolen, een voerkorf van 25 gram en 14/100 onderlijn met bronzen gesmeed haakje Mustad 515A, net zoals vroeger.

Ik viste zo’n 10 meter van een rietkraag aan de overkant, pakweg 35 meter van mezelf verwijderd op zo’n 70 cm diepte. Zoet geurend lokvoer met maïskorrels en drie maden als aas.

Twintig maal ingooien en ruim 2 later begon ik pas trillingen en korte stootjes op mijn top te zien. Totdat plots mijn hengel bijna uit de steun getrokken werd. In een flits dacht ik aan karper maar de manier van vechten liet een andere vissoort vermoeden. Minuten later en nadat ik op het nippertje voorkomen had dat de vis de biezen in zwom en dus de biezen nam, lag een mooie zeelt van 52 cm in het net. De ban was gebroken, die dag volgden er nog drie.




donderdag 23 januari 2025

Het kriebelt terug

 Eenmaal hengelaar, altijd hengelaar.

Spijtig genoeg kwam ik verleden jaar niet voldoende aan vissen toe. Na het overlijden van mijn moeder, overleed, niet geheel onverwacht maar toch plots, mijn vader. De volksmond zegt dat het altijd te vroeg is, maar toch kan ik terugkijken op de vele mooie jaren die zij samen mochten doorbrengen en de vele leuke momenten met het gezin. De talrijke uitstapjes en reizen waarbij een hengel nooit in de koffer ontbrak en waarbij bij iedere halte, natuurlijk aan de oever van een meer, rivier of plas, gevist werd, meestal zonder vergunning.

Zo herinner ik me een vismoment aan de Koningin Astridkapel te Kuessnacht aan de oevers van het Vierwoudstedenmeer in Zwitserland. Ik moet zo’n jaar of tien geweest zijn en gewapend met een wit volglashengeltje waadde ik in korte broek het meer in. Veel ervaring en vertrouwen had ik toen nog niet in kunstaas, maar toch lanceerde ik worp na worp de Mepps Aglia 3 met blauwe stippen richting midden het meer. En plots kreeg ik een aanbeet. Een mooie baars werd mijn deel. Het kon dus toch, vangen met kunstaas.

Op dat eigenste moment startte mijn kunstaascarrière, die in een stroomversnelling geraakte toen ik als veertienjarige snaak de kans kreeg om regelmatig in de oer-Hollandse polders te  vissen. Wat in België door een belabberd roofvisbestand ternauwernood lukte, was daar wel mogelijk. Vele jaren met vele snoeken, baarzen, snoekbaarzen en roofbleien zouden volgen.

Eenmaal hengelaar, altijd hengelaar.

Het mooie van vissen is dat de voorbereiding en het naar de hengeldag of -reis toeleven, op zijn minst even leuk zijn als het vissen zelf. Vliegen binden en kunstaas maken nemen ook vaker meer tijd in beslag dan het vissen zelf. 

Het oude vuur is terug aangewakkerd.  Tijdens de spaarse avonduren worden terug forelvliegen gebonden en wordt de oude map met nieuwe snoekstreamers, veelal in mijn lievelingskleur oranje, gevuld.

Hopelijk terug naar Ierland, waar ik vele mooie snoekavonturen met de bellyboot mocht beleven.



donderdag 4 januari 2024

Waar gaat het uiteindelijk over ?

 Deze week nam ik afscheid van mijn hoog bejaarde moeder. Sinds vijf jaar dementerend. Anderhalf jaar verblijvend in wat een woonzorgcentrum genoemd wordt omdat voor mijn 91-jarige vader de situatie thuis voor hem alleen, zelfs met hulp, niet meer haalbaar bleek. Elke dag opnieuw reed hij naar mijn moeder met zijn oude jeep. Zelfs op een autoloze zondag, want wie houdt nu een bejaarde man tegen die zijn vrouw wil bezoeken ? Elke dag hield hij haar hand een namiddag lang vast terwijl hijzelf in slaap viel. Elke dag bracht hij drank, mandarijntjes en chocola voor zijn vrouwtje mee. Totdat hij onvermijdelijk afscheid diende te nemen. Niettegenstaande voorbereid, viel het hem heel zwaar. Pa en ma, meer dan 65 jaar gehuwd, tot nu toe onafscheidelijk en nu voor eeuwig uit elkaar getrokken. Mijn pa was het die me de passie voor het vissen meegaf.

Hengeldromen op verre, visrijke bestemmingen heb ik steeds gehad. En deels gerealiseerd. Samen met mijn visvrienden, had ik fantastische visdagen in Ierland, Frankrijk en Zweden maar in IJsland, Noorwegen en Patagonië raakte ik nooit. Ik moet er dringend werk van maken want ook mijn levensklok tikt ongenadig verder.

Sinds mijn Boston Whaler op het droge ligt, rest ons voorlopig enkel kantvissen. In Noord-Frankrijk vissen we met de vlieg op de chalkstreams. Heel mooie, vaak ongerepte en heel heldere rivieren met een bestand aan bruine forel en mooie, grote vlagzalm. Mooie natuur in een rustige, landelijke omgeving. Maar wel aartsmoeilijk vissen. 

Beter waren we af op de Franse rivieren net onder Parijs, die een mooi bestand aan grote barbeel herbergen. We waren er verschillende malen en na het betalen van het nodige leergeld kwamen de resultaten in de vorm van mooie, dikke, gouden, gestroomlijnde barbelen. Krachtig dat die vissen daar zijn. Daar kunnen de Ardense exemplaren niet aan tippen. Bij elke aanbeet werd immers de hengel bijna uit de steun getrokken. Laat ons in 2024 op dit elan verder gaan. Ook mijn tijd kort immers. 






zaterdag 31 december 2022

Jaarlijkse eindejaars vistrip

 Het is nu toch wel al ruim 30 jaar dat we telkens op het einde van het jaar naar deze oer-Hollandse polder trekken om er de laatste snoeken van het jaar proberen te vangen. En meestal lukt dit dan ook nog.

Spijtig genoeg heeft deze polder veel van zijn vroegere grandeur verloren. Verschillende weteringen zijn verland door gebrekkig onderhoud. Veel water is niet langer toegankelijk : in natuurgebied vis je volgens de groene adepten beter niet.

Toch heeft deze polder voor ons nog steeds een bijzondere aantrekkingskracht. Hij staat immers in verbinding met een veenplassengebied waardoor zeker in de laatste maanden van het snoekseizoen de kans op grote snoeken niet gering is. Kanjers van snoeken die het meer uitzwemmen naar ondiepere paaigronden.

Alhoewel het echt snoekweer was met harde zuidwestenwind en hoge temperaturen voor de tijd van het jaar, vlotte het vissen aanvankelijk niet zo goed. Niet dat Nico op zijn streamers en ik op mijn jerkbait  geen aanbeten kreeg, maar de snoeken sloegen enkel een kolk of beten niet door.

We visten zo’n vijf uur, kregen 30 aanbeten en kolken te zien en wisten uiteindelijk samen tien snoeken te landen. Figuurlijk dan, want we onthaken onze snoeken liefst in het water. De grootste was 75 cm, de kleinste 40.

Een snoek van zo’n 65 cm werd tijdens de dril door een metersnoek gegrepen, waardoor ik een snoek met diepe en grote bijtwonden landde.

Al bij al sloten we 2022 met een leuke visdag af.








woensdag 9 november 2022

Barbelover

 Reeds jarenlang had ik het plan om in onze mooie Ardennen of op de Grensmaas op barbeel te vissen. Of op de Lot of de Rhône. Dat laatste vind ik nog steeds een goed idee. Nancy en ik zijn er deze zomer wel geweest, maar onze stemming ging op dat moment naar andere voorkeuren uit. En zonder hengels is het moeilijk vissen.

Barbeelvissen met de feederhengel of trottend met stroomdobber en centrepin, had ik me voorgenomen. Vergunningen had ik klaar liggen. Maar steeds kwam er iets tussen en werd uitstel, afstel.

Wie me echter met zijn YouTube video’s uiteindelijk over de streep getrokken heeft en het barbeelvuur opnieuw aangewakkerd heeft, is Jean-Marc, een zeer gepassioneerde en kundig barbeelvisser op de Ardense rivieren, Grensmaas en Somme.

Toen ik trouwens mijn vismaat attent maakte op Barbelover vond hij aanvankelijk enkel fetish filmpjes van mannen die zich aangetrokken voelden tot al dan niet mannelijke partners, die meer dan goed voorzien waren van baarden en dito andere lichaamsbeharing. Ben je zeker dat de YouTube barbeelvisser wel degelijk “Barbelover” noemt, vroeg mijn vismaat. Moet het niet “Barbellover” zijn ? Maar het is “Barbe”. Waals dialect voor barbeel, als ik me niet vergis.

Ere wie ere toekomt : Jean Marc zijn video’s, 113 ondertussen, zijn van een betoverende schoonheid. Uit iedere video blijkt zijn diepgaand respect voor de natuur en voor het welzijn van barbeel. Iedere donderdag neemt hij je trouw mee op zijn barbeelavonturen en het dient gezegd deze man kan vissen. De zin in barbeelvissen neemt bij iedere gevangen barbeel, maar ook kopvoorn en karper, behoorlijk toe. Je kan niet vlug genoeg aan een Ardense rivieroever zitten. Tenminste als vissen echt in je bloed zit.

In zijn video’s maakt Jean Marc je wegwijs in feederhengels, baitrunners, voerkorven en rigs. Hij deelt zijn voer- en aasgeheimen. Leert je hoe je barbeelstekken kunt vinden, zonder stekken te benoemen (wat ik fantastisch vind aangezien je dan zelf moeite dient te doen om in steeds wisselende omstandigheden,waterstanden en debiet visspots te vinden). Niets geeft immers meer genoegdoening om op een zelf gevonden stek beloond te worden met de vangst van mooie vissen.

Het kan niet genoeg gezegd worden :Jean-Marc heeft echt watersense, is een fantastisch goede en gepassioneerd  hengelaar en een uiterst minzaam man, die elke barbeelvraag met zijn uitgebreide kennis beantwoordt. 

Kijk “Barbelover” op YouTube, relax, geniet en leer zeker bij.










Barbus barbus

 Op zich is het een gemakkelijke visserij. Een stevige, niet al te lange feederhengel, een behoorlijke molen met sterk nylon, een voerkorf aangepast aan de stroming en een al dan niet lange onderlijn met bijvoorbeeld een pellet aan een hairrig, verbonden met een stevige haak. Inwerpen op een gunstige stek en wachten maar tot die (kei)harde aanbeet volgt. Daar doen we het immers voor.

Toch heeft het ons heel wat zoekwerk en enkele jaren heen en weer gerij gekost om op de Ardense rivieren goede stekken, die bovendien toch nog een beetje obstakelvrij zijn, te vinden. Zeker op de Amblève en de Ourthe hebben de overstromingen van verleden jaar er voor gezorgd dat de rivieren nog steeds bezaaid liggen met obstakels allerhande. Je houdt het niet voor mogelijk wat je op jouw stek kunt aantreffen. En, zoals iedereen wel vermoedt, drilt een ijskast echt niet makkelijk.

Om een lang verhaal kort te maken : we hebben een nieuwe uitdaging gevonden in het barbeel vissen. Een vissoort die we in het prachtige, natuurlijke kader van de Ardennen kunnen bevissen. Een regio, waar het buiten de vakantieperiodes, rustig en aangenaam vertoeven is. Bovendien een sportvis, waar we verschillende technieken, kunnen op loslaten.

Deze prachtige, gestroomlijnde, vis met zijn stevige runs heeft toch wel ons hart gestolen.

Verleden week hadden we terug het genoegen in de Ardennen te kunnen barbeelvissen. 

Terug op een nieuwe stek waar we aan de uitloop van een stroomversnelling een diepere geul meenden te zien, die er best barbeelachtig uitzag.

Twee feederhengels met 75 grams korven uitgeworpen en wachten maar.

Na twee uur sloeg de twijfel toe. Het zou terug toch geen visloze dag worden, zoals we al meer dan eens mochten meemaken. Ik begon al stilletjes mijn visspullen te verzamelen om een nieuwe visstek te proberen, toen ik uit mijn ooghoek plots mijn feedertop gevaarlijk zag doorbuigen.

Een mooie dril later, kon mijn vismaat een barbeel van eind de zestig cm scheppen. En een poos later werd hij eveneens met een barbeel bedacht. Twee barbelen in een zeer heldere rivier, die deze zomer erg onder de laagwaterstand te lijden had, op een vijftal uren vissen : we mochten niet klagen, zo dachten wij er althans over.






dinsdag 10 november 2020

Een dagje op het kanaal en een namiddag in de polder

 België zou goed snoekwater kunnen bezitten als deze roofvis maar naar waarde zou geschat worden. Maar al te vaak wordt echter snoek meegenomen. En elke snoek is er één te veel want veel hengelwater is er niet en het snoekbestand verre van optimaal. Bovendien wordt er vaak amateuristisch geklungeld door vissers die niet kunnen onthaken of snoeken te lang en verkeerd manipuleren. Getuige hiervan de twee snoekjes die we dood aantroffen en een snoek met uitgescheurde kaak, die toch nog de moed vond mijn kunstaas te grijpen. Op het vlak van weidelijkheid en techniek valt er dus nog veel te leren.

Verleden week vonden we tijd om een dagje op het steeds maar meer beviste kanaal te vissen. Met twee gingen we op dit 3 meter diepe kanaal met de verzwaarde Mepps en Vibrax aan de slag. Mijn andere vismaat met pluggen en shads. 6 uur werpen leverden ons slechts 3 kleine snoekjes en een paar baarsjes op. Een medevisser, die we aan de trailerhelling ontmoeten was hierover niet verwonderd. “Veel te druk voor zo’n  klein water en er wordt wel heel veel snoek meegenomen want controle is er bijna niet”, besloot hij.

Een paar dagen later ging onze aandacht naar onbekende en ondiepe kanaaltjes uit. Kanaal 1 bleek snoekloos  te zijn. Een zomersterfte was hiervan de oorzaak, bleek later.

Buiten alle verwachting leverde kanaal 2 ons zeven aanbeten op. De wind en regen deerde ons niet langer. Twee mooie en twee kleinere snoekjes maakten onze namiddag goed. Deze dag lag de streamer op kop en mocht de jerkbait weinig bekoren. Er is toch nog hoop in Vlaanderen.

vrijdag 16 oktober 2020

Twee baarzen en twee snoekjes

 Twee baarzen en twee snoekjes waren het resultaat van een goede twee uur ouderwets spinnen in een Vlaams openbaar hengelwater.

Aangezien hengelen in Nederland voorlopig door corona onmogelijk is, ben ik noodgedwongen aangewezen op Vlaanderen. En roofvissen in Vlaanderen stelt me altijd een beetje teleur.  Soms doe je wel eens een ontdekking, die je probeert geheim te houden voor andere kapers op de kust. Maar lang lukt dit nooit. Een drietal goede snoeksessies, met als topdag een dag met 9 snoeken, op een onooglijk watertje eindigde toen enkele plaatselijke hengelaars het nodig vonden om dit water van snoek te ontdoen.
Zo verging het me ook jaren geleden op het kanaaltje dat ik gisteren nog eens beviste. Gedurende een maand had ik daar een heel leuke snoeitijd. 40 snoeken op een zestal sessies, met als uitschieter een dag van 13 stuks en verschillende exemplaren boven de 80 cm, dat zie je niet zo vaak in Vlaanderen. Tot ook hier mijn vangsten opgemerkt werden en men het nodig achtte dit snoekbestand te decimeren.

Na jaren dit water niet meer bevist te hebben, stond ik er gisteren terug met een Pezon et Michel Luxor Luxe 1200 splitcanehengel in de hand en een ouderwetse grote zilveren Tourbillonspinner in de speld van mijn staaldraadje. Een spinner, die ik na een verkeerde worp, zou verliezen aan een els en vervangen door een al even oude zilveren terrible spinner van 60 mm.

Nog steeds vis ik even graag met mijn splitcanehengel. Weliswaar zwaar in de hand maar tegelijkertijd een plezier om mee te werpen en gevoelig naar aanbeten toe. En door de massa extra power bij het aanslaan. Vissen met een splitcanehengel is gewoonweg anders, ook trager en brengt je meteen terug naar die eerste jaren na Wereldoorlog 2 toen het kunstaasvissen vanuit Frankrijk naar ons kwam overgewaaid.

Het kristal heldere water en de omringende natuur waren nog even mooi als jaren terug. Zelfs de ijsvogel ontbrak niet op het appel.
Wat wel veranderd was, was het aantal kunstaasvissers dat ik ontmoette. Vijf hengelaars op zo’n klein stukje viswater, dat is echt wel veel.
Toch wist ik op een rustig stukje nog twee baarzen en twee snoekjes te vangen. Er is nog een klein beetje hoop voor het roofvissen in Vlaanderen.




vrijdag 9 oktober 2020

Na jaren terug

Het is ondertussen bijna vier jaar geleden dat ik nog een artikel aan deze, eigenlijk wel veel gelezen blog toevoegde. De aankoop van een nieuw huis vergezeld van een schier eindeloze reeks renovatiewerken, meer tijd voor en reizen met mijn geliefde, minder wild met dus minder jachtdagen, vaker teleurstellende hengelresultaten en minder zin, beëindigden plots de verdere aanvulling van deze blog.

En dan is er nog de impact van corona, de ziekte die dit voorjaar op zijn kop zette en dit najaar terug in alle hevigheid terug is.

Door de coronamaatregelen lag voor de eerste maal in 30 jaar  mijn boot niet in de haven en kon dus niet op de Hollandse grote rivieren gevist worden. Of we qua vangsten veel gemist hebben, kan ik alleen maar gissen. We hadden in de periode 2017-2019 wel af en toe goede visdagen maar vaker was het huilen met de pet op. Ik herinner me wel een dag trollen op rivier met 6 grote en hard vechtende snoeken, een snoek van rond de 1,20 meter tijdens het vertikalen die vlak voor het scheppen er in slaagde het stingerlijntje door te bijten, mooie gave roofbleien en enkele memorabele feederdagen op de Lek waar het aantal grote en heel zware brasems in de tientallen liep. Ook op reservoir wist ik regelmatig mooie regenboogforellen te verschalken.

Maar het dichtst in het geheugen ligt een snoekdag in de polder begin dit jaar. Nico en ikzelf bevisten wat vergeten en vaak heel ondiep polderwater in het Groene Hart.  Aan mijn hengel afwisselend een kleine traag zinkende jerkbait en een lichte lepel, terwijl Nico een tubefly inzette. Jongens wat een dag was dat. De eerste snoek, die toch wel de meter benaderde, lag op nog geen dertig centimeter water. Hoewel Nico de kruising in de polderwetering voorzichtig benaderde, ging de snoek in een wolk van modder er als een torpedo vandoor. Daarna keerden de kansen en werd het gedurende de namiddag een snoekenfestijn met 40 aanbeten, waarvan er echter maar 15 wisten te verzilveren. Maar welk plezier om nog eens zo’n ouderwets goede visdag te mogen meemaken.

Volgende week start het jachtseizoen en als corona het toelaat staat terug een jachtdag met mijn aloude jachtvrienden op het programma. Verder jeukt het om nog eens een paar avondjes te strandvissen, dit najaar nog eens te bellyboten op het reservoir en de polder in te trekken om te kunstaasvissen of te streameren. We zien wel wat de komende maanden brengen.

Jullie horen zeker nog van onze avonturen.




maandag 19 december 2016

Terug kijken

We leven in turbulente tijden. Manipulatie in de media, door overheden en de verborgen machtshebbers alom. Ordo ab chao ? Laat iedereen hopen van niet. Dat het de komende jaren er niet beter zal op worden daar ben ik - spijtig genoeg - zeker van. De geschiedenis herhaalt zich, zij het onder wisselende gedaanten. En toch worden er weinig lessen uit getrokken. Iedereen ziet het aankomen. En we kijken er naar.
Jagen hebben we frequent gedaan. Op de jachtterreinen van wijlen mijn vriend dokter Herman waar we het aantal hazen de laatste jaren zagen halveren door intensieve landbouw en ijverige buurjagers. Bij mijn vrienden Roland en François waar ik het genoegen had frequent uitgenodigd te zijn en waar de resultaten wisselend, maar de gezelligheid, ontvangst en vriendschap als van ouds waren. En gaat het net daar niet over ?
Paul, Nico en ik bevisten dit najaar nieuw polderwater. Weteringen waar we nu eens niet om de haverklap medevissers ontmoetten. Met een gemiddelde van een tiental snoeken per dag zetten we een gemiddeld resultaat neer.
De neergaande tendens op de grote rivieren zette zich ook dit jaar verder. Zwakke dagen wisselden zich af met zeldzame uitschieters waarbij grote aantallen megaroofbleien, reuzebaarzen en - snoeken in het net kwamen.
De twee snoek- en foreltrip naar Ierland waren van uitstekend tot matig.We braken het eensdagrecord op een Iers meer met rond de 70 forellen op de vlieg op 1 dag vissen van 6 uur. En het waren bovendien vissen van rond de 4 pond en meer. Het streameren op snoek was eerder zwak. Een paar sterk knokkende snoeken tussen de 90 cm en 1 meter maakten het toch nog goed.
Helder water, beroepsvisserij en hengeldruk zullen waarschijnlijk er toe leiden dat de extreem goede vangsten steeds zeldzamer zullen worden. Degradatie van het natuurlijk biotoop, verhoogde landbouwactiviteit, vermindering en versnippering van de beschikbare ruimte maken van de jacht in Vlaanderen op korte termijn steeds meer een flauw afkooksel van wat ooit was. Gelukkig blijft ambiance en vriendschap, zoals onder jagers en vissers gebruikelijk.
Toch doen we verder. Soms tegen beter weten in. Het zit er immers in gebakken.
En hopen op beter kunnen we altijd.
Have a nice Xmas.


vrijdag 21 oktober 2016

Incroyable, mais vrai

Aangezien Roland en zijn echtgenote met reden wereldreizigers mogen genoemd worden, lukt het niet vaak om een dag te vinden waarop Nico, Roland en ikzelf er eens met de boot op de rivier op uit kunnen. Een dinsdag in september was zo'n dag. Een schitterende dag met weinig wind uit het zuidwesten en licht bewolkt. Bovendien veel en langdurig stroming op de rivier. Tekstboekomstandigheden die garant zouden moeten staan voor rijkelijke vangsten.
Zoals gewoonlijk gingen we pas rond de middag op stap. 20 tot 30 gram spinhengels werden opgetuigd met Shimano Stradics 2500 FJ of met een Calaisreel. Op de molens en reels 20 lbs. Tracer Fireline met aan het businessend 28 lbs Sevenstrand. Helemaal niet zo zwaar als je weet dat Nico op deze combinatie enkele weken terug een snoek van 114 cm wist te vangen. Het gebruikte kunstaas was trouwens een Cotton Cordell Wally Diver, zowat de best vangende allround plug ooit geproduceerd. Een diepduikende plug met een subtiele, minimale actie, die net daardoor onweerstaanbaar voor roofvis is.

Vandaag zou zeker gerechtigheid geschieden en ons eerder droevig jaarresultaat tot nu toe verpletterd worden. En ditmaal zou er geen sprake van wishful thinking zijn.
Onze 8 uur durende vissessies begon alvast mooi met de vangst van een roofblei van meer dan 70 cm op een kleine zwarte Sammy, net naast een grote kruidplek. Roofblei, kijk omhoog roofblei, want daar komt een verleidelijke, aan de oppervlakte uitslaande en ratelende Sammy aan.
De visdag bestond zoals gebruikelijk met het afvissen van diverse, soms ver van elkaar verwijderde roofbleistekken, afgewisseld met het trollen op baars. September is de baarsmaand bij uitstek en de Hornet 5 SDR in de gele baarskleur de vanger bij uitstek.
Vele locaties werden werpend of trollend afgewist, steeds met meer of minder resultaat. Roland verbrak in ieder geval al twee personal bests met het grootste aantal roofbleien en de grootste baars op een dag. Een baars van 50 cm kan men bezwaarlijk klein noemen.
Uiteindelijk werd het 1 van de beste dagen van de afgelopen jaren met 18 grote roofbleien en roofbleihybrides (winde x roofblei) en een vijftigtal baarzen, hoofdzakelijk tussen de 40 en 48 cm.
De kunstaaskeuze was beperkt tot oppervlaktepluggen, nl. Sammy's en Gunfish voor roofblei en zelfs baars en tot CC Wally Divers en Hornets SDR voor baars.
Je ziet, soms valt het resultaat beter uit.




woensdag 22 juni 2016

Reservoirpret

Laat ik nu toch wel eens het geluk hebben vlakbij een waterreservoir te wonen waar het heel prettig  vliegvissen is. De regenboogforellen zijn van groot formaat en meestal behoorlijke vechters zodat 20/100 nylon wel het minimum qua breeksterkte is. Door de geringe afstand, zowel tot mijn woonplaats, als tot mijn werk (het ligt er netjes midden in gelokaliseerd) breng ik er regelmatig enkele uurtjes door. Meestal rond dobberend in mijn Super Fat Cat bellyboot. En tussen de vissessies en plaspauzes door, een bij voorkeur Frans wijntje drinkend met mijn visvrienden.
Voor het vissen met de droge vlieg ben ik sinds Ierland fan van Falcon nylon met fluorocoating. Blijkbaar glanst dit nylon minder en is het daardoor minder zichtbaar voor schuwe forellen. Dit bleek toch op de glasheldere Ierse meren. Nu is het aantal dagen dat de forellen op "mijn " reservoir naar droge vliegen stijgen eerder beperkt. Maar wanneer het ze doen, is het meestal een waar festijn. Soms wordt de vlieg behoedzaam van de oppervlakte gezogen, soms kondigt een boeggolf van meters de aanbeet van een regenboogforel aan. De kunst van het vangen van regenbogen is echter om niet te vlug aan te slaan (dit in tegenstelling tot bruine forel waar men echt aandachtig dient te zijn) maar zelfs na al die jaren is het voor mij ook nog moeilijk mijn reflexen te bedwingen. Met als gevolg een gemiste forel en je krijgt al zo weinig kansen. Droge vliegen die het meestal doen zijn zwarte of donkerbruine hertenharen sedges, humpy's, adams en droog geviste muddler minnows op haak 10 of 12.
Het vissen met twee of drie buzzers verdeeld over een 6 meter lange leader en een drijvende of een intermediate lijn kan zeer effectief zijn met keiharde aanbeten maar de trage wijze van vissen ligt me niet zo. Meestal volstaat het immers om de vliegenlijn dwars op de wind in te gooien en gewoon te laten uitdrijven. Echt actief vissen is het niet.
Mijn voorkeur gaat derhalve uit naar het streamervissen waarbij ik worp na worp kan maken. En al dan niet traag binnen strippen. Naargelang het jaargetijde gebruik ik zowel snel zinkende, traag zinkende als intermediate en drijvende lijnen. Mijn leader is meestal zo'n 3 meter lang en bestaat uit 24/100 G-line met op ongeveer een meter van de punt een dropper met een kleinere streamer, een boobie of een natte vlieg. Mijn favoriete streamers zijn zwarte of olijfkleurige Wooly buggers of zonkers. Mijn vistechniek bestaat uit het heel actief op zoek gaan naar de forel, het zoeken naar de juiste diepte en de vangende inhaalsnelheid en -methode.
En dit jaar is het tot nu toe zeer goed vliegvissen. Verleden week met zaterdag 10 en zondag 9 gezonde, sterk knokkende regenbogen op mijn 7-hengel. Zaterdagnamiddag is alvast een nieuwe sessie gepland.

zondag 19 juni 2016

Mayfly season in Ireland 2

Wil je de energie van een dolenthousiast toppubliek nog eens beleven, dan kan ik de opname van "There always be an England" van The Sex Pistols  ( https://www.youtube.com/watch?v=o_SQI9kgqIc&t=2888s ) ten zeerste aanbevelen. Opgenomen in the Brixton Academy in 2007 naar aan aanleiding van het dertigjarig bestaan van deze legendarische groep. Momenteel mijn achtergrond bij het schrijven van deze post. Een beetje vreemde muziekkeuze voor een buitenmens, vind je misschien. Mijn  interesses zijn nu éénmaal heel ruim; vissen en jagen zijn er maar enkele van. En mijn leven nu al veel te kort.
Op dag 3 en 4 van ons verblijf stond het vliegvissen op één van de grootste Ierse meren in volle meivliegperiode op het programma. Van de 15 boten, die die dagen het meer opgingen, waren we de enige buitenlanders. De hatch van meivliegen was op zijn piek, de sfeer op zijn minst opgewekt te noemen en de verwachtingen en het enthousiasme van de Ieren groot. Moet je ooit eens beleefd hebben, ook al vang je niets.
Ierland blijf ik een fantastisch land vinden. Niet alleen omwille van zijn natuur, maar nog meer omwille van zijn ongelofelijke inwoners. Waar word je aan de trailerhelling welkom geheten door een lord in driedelig tweedpak met das die je verwelkomt en een mooie visdag toewenst. Waar vind je een lakeboot met drie hengelaars met een gezamenlijke leeftijd van 270 jaar, die samen nog nooit het jaarlijks meivliegseizoen gemist hebben ? De oudste hengelaar was 91 jaar, gekleed in meer dan verweerde regenkledij en droeg een reddingsvest die waarschijnlijk nog uit de tijd van de Titanic dateerde. Je weet wel enkele grote stukken kurk in een linnen vest ingenaaid. Ook bij deze nog zeer energieke bejaarde waren de vangstverwachtingen groot. Dat hij in de boot diende getild te worden omwille van te stijve ledematen, deerde hem totaal niet. And off they went. Aangezien ze met levende meivligen "dapten", vaarden ze eerst met een vlindernetje rond om de nodige meivliegen te vangen. Nooit gezien.
De eerste dag was er één op een windswept meer met hoge golven en oostenwind. We visten traditional loughstyle, dus met natte vliegen en dit geval met 1 dropper. Door de vlugge drift was zeker voor mij als leek heel moeilijk om contact te houden met de vliegen. Tal van meivliegen overal, maar geen stijgende forel te zien. Geen enkel aanbeet. Wat wil je in dergelijke condities. In de late  namiddag werd het wat rustiger zodat we toch nog enkel kanjers van bruine forellen zagen stijgen . Ik kreeg een aanbeet droog, op een Green Wulff, had de bruine forel voor een tiental seconden aan om daarna de vis kwijt te raken. Het was in ieder geval geen klein exemplaar.
Niettegenstaande de volgende dag er terug oostenwind stond was het kalm. 's Voormiddags wist ik een bruine forel op de natte vlieg, een Cock Robin, te vangen. 's Namiddags zagen we nu echt eens wat een rise van wilde bruine forellen op meivleigen betekent.  Over al waren meer of mindere discrete kringen van stijgende forellen te zien. Marc, onze gids, liet de boot telkens over honderden meters driften terwijl we met de hengel klaar stonden om stijgende bruine forel aan te werpen. Dit betekent inschatten welke richting de forel naar toe zwemt, om zo vlug mogelijk de droge vlieg een meter of twee voor de forel neer te zetten. Spannend, maar aartsmoeilijk. Roland wist er één te vangen, ikzelf kreeg verschillende kansen maar helaas. Maar wat een uitzonderlijke vliegviservaring.
       

zondag 5 juni 2016

Mayfly season in Ierland 1

Roland had reeds begin dit jaar vier dagen vliegvissen geboekt op het Ierse adres waar Paul en ik de laatste jaren verblijven. Op mij oud verblijfadres, waar ik de laatste 20 jaar regelmatig kwam, hadden we verleden jaar noodgedwongen al ons materieel, zoals bellyboten en waadpakken, dienen te verwijderen. De meer dan 80-jarige eigenaar was immers plots ernstig ziek geworden. Het huis kwam te koop te staan. Zo kwam aan 2 decennia persoonlijke contacten in een klein Iers dorpje plots, maar niet echt onverwacht, een einde.
Eén van de vele
Alhoewel het van in het begin de bedoeling was dat ik  Roland zou vergezellen, gooide een heropflakkering van een ziekte roet in het eten. Na verschillende weken herstel en een grondige check-up stond echter niets me nog in de weg om in extremis te boeken om samen met Roland enkele dagen gedurende het meivliegseizoen te vissen. De dagen voor vertrek werd regelmatig een Ierse Paddy gedronken om de ziektekiemen preventief de kop in te drukken.
Niet alleen forel
Niettegenstaande de heen- en terugreis door de situatie in Zaventem na de aanslagen en de stakingsdrift van onder meer de NMBS  alles behalve vlot verliepen, waren de dagen in Ierland zeer mooi en zonnig, zonder enige regen van betekenis.  Mooi weer betekende echter ook oostenwind en laat dit in de regel net geen echt goede windrichting zijn.
In plaats van direct de grote Ierse meren te bevissen, besloten we eerst een 700 ha groot forelmeer met een gemengde bezetting van wilde bruine forel en regenboogforel een kans te geven. De eerste dag dachten we met 27 forellen van gemiddeld 4 pond zo goed te vangen, dat we, een beetje tegen de zin van onze Ierse vriend en gids in, nog eens een dag op hetzelfde meer wilden doorbrengen. Op het einde van deze tweede dag en gedurende in totaal zo'n 15 uur vissen had we samen 93 regenboogforellen tot 5 pond en 1 bruine forel weten te landen. Roland voegde er nog 3 snoekjes, eveneens gevangen op forelvliegen, aan toe. Ettelijke grotere forellen raakte we kwijt door de keiharde aanbeten of doordat ze gewoonweg niet te houden waren om daarna in het riet vast te zwemmen. Een dergelijk resultaat op dit meer konden de locals zich niet herinneren. Wij hadden twee uitzonderlijke dagen mogen ervaren en hadden genoeg gevangen om de volgende dagen geduldig
de wilde bruine forel op de immens grote Ierse meren te belagen.          

vrijdag 25 december 2015

Eindejaarswensen aan iedereen en Cor in het bijzonder

Al moet je echt geen superdure topuitrusting hebben om vis te vangen, toch schep ik heel veel genoegen in het vissen met topmateriaal.
Enerzijds schuilt er in mij een nostalgicus die af ten toe zijn oude Pezon et Michel splitcanehengels met bijhorende Luxormolens of zijn Speedia trotting reels mee uit vissen neemt, anderzijds volg ik nog steeds de moderne ontwikkelingen op de voet. Stilstaan is achteruit gaan, zo klinkt het toch ?
Wie had dertig jaar geleden kunnen vermoeden dat we ooit over zo een uitgebreid aanbod kunstaas zouden kunnen beschikken ? Wie had ooit gedacht dat zo'n prachtige molens, reels en hengels op de markt zouden komen ? Het moet gezegd : vistechnisch zijn - een paar uitzonderingen niet te na gesproken - de moderne werpmolens, reels en hengels, superieur aan die vintage spullen. Maar naar visplezier toe, zou ik echt geen keuze willen maken
En hoewel het niet altijd een garantie is, meestal heb je toch waar voor je geld. Kwaliteit kost meer dan een duit. Maar daartegenover staat het eindeloos visplezier dat een mooi afgewerkte hengel en een uitstekende reel brengt. En laat het daar in het hengelen toch net over gaan. Als je dan toch niets vangt, liever met uitstekend materiaal dat heel goed in de hand ligt en uiterst functioneel is.
Er zijn ongetwijfeld nog goede fabriekshengels te koop. Al denk ik dat de laatste jaren de prijs/kwaliteit verhouding afneemt. Als ik bijvoorbeeld de huidige Hardyhengels of -reels vergelijk met die van pakweg 20 jaar geleden, merk ik toch een duidelijk verschil. Voor mij tegenwoordig geen dure fabriekshengels meer. Een zwak heb ik wel nog steeds voor oude Orvisvliegenhengels in ruwe blank-uitvoering en graphite Hardyspinhengels of -flyrods van enkele decennia geleden.
De laatste twintig jaar is mijn keuze echter vlug gemaakt. Als ik een hengel voor een specifieke visserij nodig heb, is een mailtje naar één adres voldoende, nl. Cor Spinhoven te Amsterdam (http://www.cjw-hengels.nl/).
Dankzij Cors Pegasus baitcaster 
Ik wil echt geen afbreuk doen aan andere hengelbouwers, maar Cor is op hengelbouwgebied al die jaren mijn toeverlaat. Niemand bouwt m.i. een mooiere, functionelere en meer kwaliteitsvol afgewerkte hengel dan Cor. Meer nog Cor weet wat je als hengelaar vraagt en bedoelt en is nooit te beroerd om een hengel volledig naar je eigen specificaties te bouwen. Zo ontwierp hij op mijn vraag o.a. een speciale roofbleispinhengel, diverse vliegenhengels en een lichte baitcaster voor polder. Steeds op mijn vraag speciaal afgewerkt met Belgische kleurwikkelingen om Cors oranjegevoel toch een beetje af te zwakken.
Mijn vismaat en ik hebben Cor al diverse malen ontmoet. Het is en blijft een oergezellige Amsterdamse gozer met het hart op de juiste plaats. En met een meer dan een uitstekende dienstverlening. Toen mijn lichte baitcaster van enkele jaren oud tijdens de worp en zonder aanleiding zo'n anderhalve centimeter boven de sluiting plots brak (ook dat kan bij Cors hengels gebeuren, al is het ij mij de eerste maal op 20 jaar) bleef ik ietwat verweesd achter. Waar ik nooit op gerekend had, was echter de naverkoop service van Cor. Na het binnenbrengen van de gebroken baitcaster, mocht ik direct en zonder geouwehoer een spiksplinternnieuwe lichte Pegasusbaitcaster in ontvangst nemen. Ondertussen zijn de eerste snoeken al op deze prachtige en superstrakke hengel gevangen. Dit is pas dienstverlening naar de klant toe. Waarvoor mijn hartelijke dank, Cor.
Het zal jullie dan ook niet verwonderen dat ik niet alleen al mijn vis- en jachtvrienden en alle lezers, maar in het bijzonder Cor Spinhoven het aller,allerbeste voor het komende jaar toewens. Maar feest er dit
jaar maar eerst nog maar eens op los.      

vrijdag 27 november 2015

Verder kabbelend

Het leven kabbelt verder.
Onze tweede snoektrip naar Ierland zit er ondertussen al bijna twee maand op. Om het ons gemakkelijk te maken : vijf dagen gegidst bootvissen op diverse grote meren. Wat we anders nooit doen. Maar we hadden dit maal echt geen zin om terug ferries te nemen, eindeloze drukke autostrades door Frankrijk en de UK te doorkruisen en met boten te sleuren  En het vissen zelf was terug geen al te groot succes. Noch in aantallen, noch in grootte. Maar dit aspect alleen mag de pret niet bederven. Mooi weer, dat wel. Te mooi. En smaakvolle tripple distilled Irish whiskey. Maar de snoek zelf liet zich weinig zien. zeker niet in de oeverzones, noch tussen de afstervende planten, noch in deondiepere zones tot 5 meter. Daar kregen we bijna geen enkele aanbeet. Zoals vaker in oktober werd het merendeel van de snoeken diep (8 meter) tot heel diep (14 meter) met getrolde, dunbladige lepels aan gesofistikeerde sleepsystemen gevangen. En met minimum 75 meter dun dyneema uitstaand achter de boot. Eéntonig, maar het werkt. Snoeken, die we met behulp van de visvinder op de randen van diepe taluds zagen staan, wisten we op die manier toch soms nog te verschalken. Op onze beste dag vingen we  er een vijftiental. Op sommige meren zagen we meer forellen stijgen, dan er activiteit van snoeken was. Spijtig genoeg was het forelseizoen juist gesloten. Paul en ik zijn samen tot nu toe zo'n 80 maal in Ierland geweest. Het is misschien kort door de bocht, maar onze conclusies zijn : het snoekvissen wordt er niet beter op terwijl de kwaliteit van het het forelvissen ons wel positief verbaast; grote aantallen, voornamelijk kleinere, snoeken, vangen kan nog altijd maar dan wel op kleinere, moeilijk bereikbare en moeilijk bevisbare meren in april en mei; de negatieve invloed van het illegaal meenemen van snoek, aalscholvers en zebramossels laat zich duidelijk voelen. De Ieren zijn zich hier steeds meer van bewust en trachten het tij te keren. Uit diverse gesprekken met de locals kan ik concluderen dat ze eerder voor forel (zuiverder meren met meer insecten door zebramossels) dan voor snoek een mooie toekomst weggelegd zien. Hoe dan ook Ierland met zijn fantastisch inwoners blijft een prachtig hengelland.
De grote rivieren leverden onze een ouderwets excellente snoekbaarsdag met een tiental grote (80+) exemplaren op. Laat dit nu net de week zijn waarin het water wat troebelder kleurde door de aanwezigheid van algen.  Zodra het water terug helder was, daalden de snoekbaarsvangsten tot enkele exemplaren per dag. De roofblei deed het goed tot ongeveer midden het seizoen.Ook met oppervlaktepluggen en streamers. De normaal gezien beste maand september liet ons echter in de steek. De baarsvangsten zijn al jaren niet meer zoals vroeger. Toch hadden we een  drietal goede dagen met zo'n 20 tot 40 exemplaren tot 45 cm per dag. Maar de trofee voor de grootste en mooiste vis ging dit jaar naar Nico met een zwaargewicht van een riviersnoek van rond de 115 cm, gevangen op een 8 meter diep getrolde (snoekbaars)plug. Dat we juist die dag het verkeerde, kleine schepnet meehadden waardoor de snoek met de hand diende geland te worden met een joekel van een snee in  mijn vinger tot gevolg, mocht de pret echter niet drukken.

dinsdag 21 juli 2015

As time goes by

Aangezien het leven veel meer dan vissen en jagen is, durf ik dit "dagboek" wel eens ernstig te verwaarlozen. Niettegenstaande ik het één en het ander op de eerste plaats voor mezelf neerschrijf, als een soort tijdsdocument van een deel van mijn leven, sta ik er versteld van hoeveel deze blog gelezen wordt. Vandaag, omstreeks 18.00 uur, waren er reeds 200 pageviews. En dit zonder enige vorm van publiciteit.
Ondertussen zit de week vliegvissen op forel in Ierland er al een maand op. En het was een succes. De accommodatie was voortreffelijk, de grote en zijrivieren bleken vol bruine forel, klein en groot, te zitten en de meren bleken achteraf gezien nog beter te zijn. Op een week vingen Paul en ik meer dan 120 bruine forellen en raakten we er nog veel meer kwijt door los schieten of vastzwemmen in waterplanten. Het peil van de rivieren stond sinds maanden op een goed niveau en dag na dag nam de helderheid toe. We vingen op de droge vlieg (waarbij de Adams, de Silver Sedge en de Griffith Gnat goede vangers bleken), maar nog meer op tradionele wet flies, zoals de Partridge and Orange en op allerlei verzwaarde (tungsten) nimfen.  We bevisten grote rivieren maar evenzeer kleine, overgroeide zijriviertjes vol obstakels, die van ons het nodige wandel- en klimwerk vereisten. Onze gids bleek vooral op meren een expert te zijn. Eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat er op sommige Ierse meren nog zoveel bruine forel zat. De laatste dag visten we met de lakeboot op een kristalhelder Iers meer waar we al driftend kanjers van forellen en snoeken onder de boot zagen doorschuiven. De grootse forel die dag woog 5 1/2 pond en was echter geen bruine maar een regenboogforel, waarmee het inheemse bestand op het meer blijkbaar aangevuld werd. Deze regenboog nam een zwart/bruine Humpy op haak 12. Paul en ik kregen die dag op de droge vlieg toch zo'n 20 aanbeten, waarvan meer dan de helft van bruine forellen, waarvan we echter maar een derde konden verzilveren. Nu weten we dat het vangen van bruine forellen op meren meer dan je volledige aandacht opeist om succesvol te zijn.Regenbogen bleken gemakkelijker te vangen te zijn. Had ik het al gezegd, de vistrip was een succes en voor herhaling vatbaar.
 

zondag 24 mei 2015

Voorjaar in een notendop

Gebrek aan tijd is natuurlijk altijd een slecht excuus om een hele tijd niets meer neer te pennen, maar andere zaken hadden voorrang. Vissen en jagen onder andere, niet schrijven.
De laatste jachtdag op de duiven, een mooie zonovergoten dag, sloten Roland en ik af met zo'n 90 exemplaren. Het was lang geleden dat we nog zo'n uitstekend resultaat hadden. Zeker omdat we tussen de bedrijven door diezelfde dag nog een tiental konijnen wisten te verschalken.
Niettegenstaande de prachtige  #8-vliegenhengel die Cor op een Talonblank voor mij bouwde en de quasi oneindige voorraad vliegen, die ik tussendoor in al mijn enthousiasme bond, bracht het reservoirvissen op forel tot nu toe heel weinig op. Om precies te zijn 13 forellen op zo'n 15-tal korte trips.
Gecharmeerd door de #10-streamerhengel, met ruwe blank !, die Paul bij Cor liet bouwen, liet ik me ook over  de streep trekken. We sloten echter nog met onze oude streamerhengels het snoekseizoen af en een echt succes was het niet met vier snoeken op drie dagbeurten voor ons beiden.
Let op de traditionele oer-Vlaamse visbak  
Evenmin vergaat het ons goed met het riviervissen in de Ardennen. Driemaal een verplaatsing van 400 km heen en terug voor drie forellen, die Paul, en niet ik, wist te vangen. Voor mij staat de teller nog steeds op een dikke 0 terwijl de Waalse collega's toch regelmatig bruine forel, met afmetingen tot 37 cm, in het net weten te brengen. Van hen kan ik blijkbaar nog veel leren.
In hoeverre de slechte resultaten aan onszelf te wijten zijn, zullen we trouwens vlug weten. Begin juni trekken we immers naar Ierland voor een week vliegvissen op rivier. Maar eerst nog het roofvisseizoen openen op de grote rivieren. Zoveel te doen, van Toontje Lager, weet je wel.
En om te besluiten. ook een vijftal feedersessies op de grote rivieren werden in het krappe schema ingepast. De eerste sessie leverde naast een aantal zwartbekgrondels, negen mooie grote windes op, de tweede enkel een massa zwartbek-, Kessler, marmer-en weet-ik-veel-grondels op, en de derde ,vierde en vijfde sessie op een andere, historische
stek een oneindig aantal brasems en hybrides, een paling en welgeteld één grondel.

zondag 21 december 2014

Tempus fugit

Tempus fugit.
Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd gaat of althans lijkt te gaan. Ergens las ik dat wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat dit komt doordat naarmate je ouder wordt, je minder nieuwe indrukken opdoet. Je stompt als het ware beetje bij beetje af, je verwondert je niet meer. Dus sta open voor iets nieuws, doe nieuwe impressies op en bevecht het ouder worden actief.
Dit neemt niet weg dat het af en toe nog eens leuk is in oude routines te vervallen. Zo hadden Johan en ik vroeger de gewoonte samen er regelmatig op uit te gaan om op duiven te jagen.
Ondertussen was het toch terug al meer dan 3 jaar geleden dat wij beiden nog eens in het oude eikenbos waren. Een bosje van zo'n voetbalveld groot, omringd door weilanden. Aangezien centraal gelegen kan je, weliswaar met een beetje moeite, vanuit dit mini-bos langs weerszijden de kerktorens onze beiden gemeenten zien staan. Een bij jagers legendarisch bosje omwille van zijn aantrekkingskracht op houtduiven.
Het was echt duivenweer. Droog, met een harde wind. Op zo'n dagen mag je regelmatig "vlucht" verwachten en dus duiven die zich binnen schot aanbieden. Buiten wat plastic lokduiven die net buiten het bosje geplaatst werden, deden we ons niet veel moeite. We gingen elk binnen het bos een vijftig meter uit elkaar tegen een stam van een oude eik aangeplakt staan, het geweer schietensklaar in de hand. Johan met zijn vertrouwde juxtaposé, een oerdegelijke Duitse Merkel. Ikzelf met mijn nieuwe superposé, een tweedehandse (maar eigenlijk quasi nieuwe) Perazzi MX12C, die al een tijdje geleden bij Paul Pletsers te Werbeumont kocht, maar waarmee ik tot nu toe nog bijna niet geschoten had.
Ondanks het goede weer liep het tegen alle verwachtingen in niet zo lekker. In een tijdsbestek van een kleine drie uur kwamen zo'n 15-tal duiven, pijlsnel over de hoge bos scherend, min of meer binnen schot. Aandachtig en ondertussen ervaren als we waren (Johan zeker), konden we er tien uit de lucht plukken. Een mooie jachtdag tussen vrienden, die met koffie en eigen gebakken taart besloten werd. En met veel geouwehoer en grappen
.    

vrijdag 19 december 2014

Hoopvol

Hoopvol kijk ik uit naar morgen.
Daarnet heb ik met Johan, een jeugdvriend, afgesproken en we gaan er samen nog eens op uit om samen de duiven te belagen.
Mocht ik een jachtwachter nodig hebben, ik zou het wel weten. Ik koos voor Johan.
Ik ken immers weinigen die met zoveel passie het jachtgebeuren genegen zijn. Met respect voor de natuur en alle gebruikers ervan.
Maar ja, dat weten zijn jachtheren (!) maar ook al te goed.
Meer dan 4000 ha jachtterrein bewaakt en beheert hij. En dat terwijl hij nog er nog een dagtaak op nahoudt. De pensioenleeftijd lonkt ondertussen, zodat hij zich binnenkort  volledig op jacht en natuur kan toeleggen.
Meer nog zijn echtgenote L. steunt hem door dik en dun. In goede en slechte tijden (sic). In een huis waar iedereen welkom is, met spijs en drank ontvangen wordt en waar ik vroeger vaak tot de vroege uurtjes placht te vertoeven. Soms slapend op de sofa, liefdevol toegedekt met een dekentje.
Morgenochtend sta ik paraat. Wat het wordt, vernemen jullie later wel.