maandag 29 april 2013

Great expectations

Zelfs al vingen we de vorige maal bitter weinig, toch blijven we hoge verwachtingen koesteren. Toch blijven we onze snoektrips minutieus voorbereiden. Toch blijven we aarzelen welk kunstaas we in onze beperkte bagage al dan niet zullen meenemen. Toch wagen we onze telkens opnieuw aan de eindeloze reis over de Noordzee en de woelige Ierse zee. Doorheen België, Frankrijk, Engeland en Wales naar Ierland, vergetend hoe langzaam de vorige keer de kilometers vooruit gingen.
Deze maal waren we met drie in de wagen.
Paul, Frank en ikzelf voor de zoveelste maal op weg naar het snoekeldorado (van weleer ?) Ierland. Paul en ik gingen met de boot vissen. Aan bellybootvissen durfde ik me niet te wagen wegens een onbetrouwbare knie. Enkele maanden geleden hadden tijdens een jachtpartij de ligamenten van mijn rechterknie me immers totaal onverwacht en genadeloos in de steek gelaten. De tand des tijds knaagt genadeloos maar in alle stilte verder.
Frank verkoos zijn bellyboot en had de keuze om door ons elke dag op op een ander maar kleiner meer, speciaal voor hem alleen, afgeleverd en afgehaald te worden of door ons naar alle mooie baaitjes en verleidelijke hoekjes van de grotere meren, die we met de boot bevisten, gesleept te worden middels een meters lang dik touw.
Zoals altijd gingen Paul en ik, vaak gebruik makend van diepduikende grote pluggen zoals de grootste Nilsmaster en Big Ernie, voor het grotere wild, terwijl Frank zijn taktiek eerder op alle snoeken klein en groot afgestemd was. Traditiegetrouw sleepte hij een schier oneindig hoop kunstaas met zich mee wat alleen maar zijn keuze kon bemoeilijken om uiteindelijk, zoals zo vaak, naar zijn vertrouwde Pako LS of firetiger shad terug te grijpen.
Great expectations. Not so difficult. But turning them into reality ?
Wat de mogelijke resultaten zouden zijn, waren we nochtans gewaarschuwd. Enkele van onze visvrienden hadden immers enkel weken voordien geen potten gebroken. Geen sprake van de fabelachtige vangsten van weleer waarvan wij kennis konden nemen in de hengelsportpers en -websites. Koude en oostenwind stonden de gebruikelijke supervangsten in de weg.  
Wij zouden het wel beter doen. Kenden we niet van meer dan 100 Ierse meren alle mogelijkheden, de dieptes, de bodemgesteldheid en de zijde van het meer waar de snoek zich meestal ophoudt ? Je gelooft het misschien niet maar ieder Iers meer heeft zijn goede zijde waar de snoek steeds ligt en zijn slechte zijde en dit ongeacht de wind. En die goede plekken veranderen doorheen de jaren zelden.
Doe eens beroep op de bellyboottaxi.
Achteraf gezien, hadden we anders moeten weten. Maar achteraf is steeds makkelijk. Was daar immers niet het artikel van de Lonesome Piker op zijn gelijknamige blog. Terwijl de titel "Ireland april 2013, part 1" nog het beste liet verhopen, bracht de inhoud ons direct terug naar de quasi snoekloze realiteit.
Wij zouden slagen. Maar helaas. Ijdele hoop. Zeven dagen, ontelbare worpen, kilometers diep trollen en een onmogelijke variëteit aan kunstaas verder weten weten we het wel. Of eigenlijk wisten we het na een uur al. Maar een mens maakt geen trip naar Ierland voor een uur.
Dit jaar zou geen snoekgeschiedenis geschreven worden. Niet qua aantallen, niet qua afmetingen. Niet dat het zo nodig moet maar een mens vangst vangt graag wel eens een vis na al die kilometers en inspanningen.
Frank ving uiteindelijk enkele tientallen snoeken dankzij zijn onvermoeibaar geëxperimenteer en bovenop ook nog een kou, inclusief diep rochelende hoest.Hij had naast een totaal van zo'n veertig snoeken, ook een rasechte Ierse bronchitis gescoord.
Paul en ik hadden met veel pijn en moeite twintig snoekjes. Enkel één snoek van een eind in de negentig centimeter, de grootse tijdens de gehele trip, nam zich de moeite de 120 gram zware lichtblauwe Nilsmaster Invincible (nochtans een super Ierlandplug !) te onderscheppen. Paul hoefde enkel deze bewegingsloze en ijskoude, bijna diepgevroren,  snoek binnen te draaien en dat was het.
Superkoude nachten, sneeuw op de heuvels, ijsregen en hagelstenen, gecombineerd met een niet aflatende noordenwind, hebben ons zeker de das omgedaan. Een heel zwak resultaat in een mooi landschap.
Deze morgen kwamen we na een twintig uur durende tocht aan. Safe and sound.
Thuis vond ik een brief van het ANB met een samenvatting van de nieuwe Vlaamse hengelreglementering. Hier kom ik later op terug. Hier is spijtig genoeg immers het laatste nog niet over
gezegd.


 

 

zondag 7 april 2013

Regenbogen in industriegebied

In normale jaren waren we nu al weken aan het feederen op de grote rivieren. Of waren we in maart de snoekbaars aan het belagen. Of misschien aan het zeevissen. Niets van dit alles dit jaar. De laatste weken was het immers zo koud, zo berekoud, dat we allen van oordeel waren dat vissen geen zin had. Te koude nachten, een immer door merg en been snijdende oostenwind en wellicht geen of bitter weinig vangstkansen hielden ons thuis. Dus niet alleen de slechte economische toestand en het hersenloos politiek gekrakeel is om depressief van te worden. Tijdens een verjaardagsfeestje afgelopen zondag liet Roland me op zijn Iphone een foto van een mooie regenboogforel, gevangen op een Vlaams reservoir, zien. Hij had er wel de bijtende koude moeten voor doorbijten maar was er toch in geslaagd een 52 cm lange regenboog op een zalmeitje op de dropper te vangen. Hij had bovendien nog een exemplaar verspeeld. Dit verhaal gaf me enige hoop om terug uit vissen te gaan. Na wat aarzelingen over al dan niet vissen en wat over en weer getelefoneer, besloten Paul en ik naar die immense zoutwaterbak vlakbij de Europoort te rijden om daar een poging te ondernemen om met de vliegenhengel een forel te vangen. Daar zouden we Roland en zijn kleinzonen, beiden nog jong maar reeds volop vliegvisser, ontmoeten.
Alhoewel ik regelmatig met vliegenhengel en streamer op snoek vis, ben ik alles behalve een ervaren reservoir- of riviervisser op forel. Jaren na jaar maak ik me het voornemen om er meer met de vliegenhengel op uit te trekken maar het komt er gewoonweg niet van.
Aan het daadwerkelijke vliegvissen ging echter een eerst een langdurige zoektocht vooraf. De hengel (mijn 11 voets Loomis) en een vliegenreel (een oude Hardy Marquis multiplier, een museumstuk vergeleken met de hedendaagse large arborreels) en vliegenlijnen (een iets te zware drijvende en traagzinkende aftma 9, mijn glaslijn bleek zoek) waren betrekkelijk snel gevonden. Maar het vinden van een waadpak, leadermateriaal, vliegen (wat in godsnaam mee te nemen ?) en ander toebehoren nam voor mij als occasioneel en twijfelend vliegvisser toch heel wat meer tijd in beslag. Op hoop van zegen raakte tenslotte alles toch verzameld.
Paul kwam me om 7.30 uur ophalen en reeds voor tien uur stonden we bij Roland en co aan het OVM, zoals dit meer bij de vliegvissende pers vaak genoemd wordt.
Alhoewel het meer me niet onbekend is en ik toch een beetje ervaring heb in dit soort van forelvissen, vroeger opgedaan op het Veerse Meer, weet ik steeds, wanneer ik de plas daadwerkelijk overschouw, in de verste verte niet waar en waarmee ik moet vissen. Waar leek ons makkelijker op te lossen dan waarmee. Aangezien het weken zo koud was geweest leek het ons aangewezen de diepste plekken vanaf de oever te bevissen. Het leek ons ook logisch hiervoor een traag zinkende lijn te gebruiken : Paul, een glaslijn en ik, bij gebrek er aan, een niet te snel zinkende Wet Cel 2. Om de één of andere reden vis ik graag met zinkende lijnen. Daar had ik alvast vertrouwen in. De vliegenkeuze van mijn medevissers is me totaal ontgaan, maar ik heb de volledige dag met een streamertje, gemaakt van een konijnenzonker, op haak 8 gevist. Een zelf gebonden streamertje van zo'n zes centimeter lang van konijnenbont, cactuschenille en voorzien van 2 paar zwarte rubber pootjes. Om de één of andere reden heb ik ook een voorliefde voor vliegen met rubber legs. Die zien er voor mij altijd net iets vangkrachtiger uit.
Prachtig, toch !
Na wat waden kwamen we op een dammetje nabij wat dieper water te staan. Goedgekleed viel het weer best mee, alleen mijn voeten waren net ijsklompen bij gebrek aan een neoprene waadpak. In mijn extra dik neoprene waadpak kan ik niet meer (een vermageringskuur dringt zich bijgevolg op), mijn andere waadpakken lopen ofwel in of liggen in Ierland en daar heb ik nu ook even niets aan.
En dan begon de vliegvismarathon wetende dat het meestal enkel de volhardende vliegvisser gegeven is om beloond te worden met een mooie forel. Want die zitten daar wel in het OVM. Gelukkig vind ik werpen met de vliegenhengel al een plezier op zich, zodat ik daar alleen al wat vreugde kon uit putten mocht de vis niet willen bijten. Met mijn zelf aangeleerde techniek probeer ik steeds mijn afstand te verbeteren. Gelukkig waren er niet te veel pottenkijkers, want mijn zelf aangeleerde dubbelstrip  is een (tragi)komisch spektakel op zich.
Het (beginners)geluk lachte me echter deze maal toe. Na anderhalf uur werpen en het nu eens diep, dan eens ondiep laten afzinken van de vlieg, kreeg ik plots een heel licht gevoel alsof er iets aan mijn streamertje knabbelde.  Ik stripte verder tot de streamer aan de oever was echter zonder een aanbeet te krijgen. Een paar worpen later werd dan toch de streamer heel voorzichtig genomen. Langzaam begon een vis in het diepe te knokken. Heel hard drillen kon ik met een leader van 20/100 ordinair nylon niet zodat het verschillende minuten duurde vooraleer ik een pracht van een regenboogforel van zo'n 55 cm kon landen. Alle koude en vragen rond de wijze van vissen waren eensklaps vergeten. Wat een mooie regenboog. Vlug onthaakt er daar hij ging hij er vandoor. Dat smaakte naar meer. maar niet vooraleer ik van Paul 3 meter 24/100 fluorocarbon gekregen had zodat ik bij een volgende dril minder risico zou lopen.
En die dril liet maar een paar worpen op zich wachten. De streamer werd immers bij het afzinken van de lijn genomen en enkele minuten later was terug een mooie, net iets kleinere, regenboog een feit. Mijn dag kon niet meer stuk. Een paar uur later dacht ik opnieuw een regenboogforel te mogen drillen maar het mocht niet zijn. Het bleek immers een grote bot te zijn die evenmin mijn streamer kon weerstaan.
Spijtig genoeg was ik de enige gelukkige van de dag. Na zeven uur zwiepen hadden mijn kompanen niet geluk een forel te kunnen haken op dit, op het eerste zicht, visloze meer.
In ieder geval  smaakt dit naar meer. Een reden om wat meer vliegen te binden en het vliegvismateriaal eindelijk eens op orde te brengen. De hoop is terug gekeerd.
           

zaterdag 16 maart 2013

Capreolus capreolus

Deze namiddag was ik even op de bank gaan liggen om vlug een tv-programma te bekijken dat ik opgenomen had. Enkel de begingeneriek heb ik gezien. Na enkele minuten was ik al in dromenland. Blijkbaar was ik de voorbije weken net iets te diep gegaan.
Na mijn dagtaak had ik de voorbije weken enkele uren de tijd om te snoekbaarzen op het kanaal.
Een drie uur durende sessie met Nico leverde echter niet het verhoopte resultaat op.
Twee avonden wapperen met de streamerhengel om met een snelzinkende lijn en midgetstreamer een snoekbaars of baars te vangen, was evenmin succesvol.  Maar ik putte al plezier uit het (ver)werpen op zich. Een beetje oefenen met de vliegenhengel kan bovendien nooit kwaad.
Net voor het jachtseizoen op reegeit en reekitsen sloot, vond ik ook nog tijd om twee maal 's morgens vroeg te gaan aanzitten.
Op de uitkijk, wachtend op wat komen kan
Dit betekende echter ontiegelijk vroeg opstaan om nog in het donker op de hoogzit plaats te nemen, op weg naar het jachtrevier gladde wegen en natte sneeuwbuien trotserend. Ik werd echter tweemaal beloond met prachtige zonsopgangen, ontwakende fazanten en houtduiven, rondhuppelende konijnen, een frivole eekhoorn en, wat dacht je, reeën.
De eerste ochtend stonden na meer dan een uur rond staren, plots een zestal reeën aan de rand van het bos. Het waren ofwel bokken, ofwel niet aan te spreken kitsen. Tot een reegeit te voorschijn kwam. Niet geaarzeld. Zo stil mogelijk mijn oude vertrouwde Tikka .243 genomen, veiligheid af, ree in het dradenkruis, uitademen en een zo goed mogelijk bladschot op zo'n goede 100 meter afstand geven. De ree tekende op het schot en we vonden ze een eindje verder. De inslag bleek op de perfecte lijn te zitten maar net ietsje te laag. Ik twijfelde of mijn kijker nog wel goed afgesteld stond tot ik zag dat ik een kogel met een iets zwaardere kop gebruikt had dan die waarmee ik ingeschoten had. Waarschijnlijk lag daar de reden.
De tweede dag begon met een zonsopgang in volle glorie, met het gebruikelijke kleinwild en drie reeën die echter met grote snelheid van het ene naar het andere bos wisselden en me geen enkele kans gaven. Hoe dan ook het is mooi, maar vermoeiend geweest.  

zaterdag 2 maart 2013

Rapfen, Jäger der Flüsse

Al een paar jaar zijn mijn roofbleivangsten tanende, dus waarom eens geen vakliteratuur gekocht uit landen waar ze al langer ervaring hebben met roofblei.
Het pas verschenen boek "Rapfen, Jäger der Flüsse" van ene Florian Laüfer leek me een goede keuze. Duits is wel niet mijn favoriet taal. Ik neig meer naar de Angelsaksische landen. Maar ja, voor meer kennis dient af en toe eens een taalbarrière doorbroken te worden. Bovendien is de Duitse degelijkheid overal geroemd. En toevallig had ik net een cadeaubon van de Standaard boekhandel gekregen. Kon ik die mooi ten gelde maken.
Niets dan lof overigens over de Standaard boekhandel die zich veel moeite getroost heeft om op zoek te gaan naar dit voor hen wel heel verrassend boek. Over het algemeen verkopen ze immers kookboeken, reisgidsen en romans.
Na enkele dagen kreeg ik van de vriendelijke dame van de boekhandel een mailtje dat ze het boek gevonden hadden en dat ik het dra zou kunnen afhalen.
Sinds gisteren ben ik de gelukkige bezitter van dit Teutoons werk over de Zielfisch "Rapfen" of Roofblei. Naast een boekje met foto's van kunstvliegen met een Duitse titel is dit overigens nog maar het tweede Germaanse werk in mijn boekencollectie.
Ondertussen ben ik tot de vaststelling gekomen dat naarmate je ouder wordt, je blijkbaar minder slaapt. Soms vervelend, maar nu een opportuniteit. Dus nam ik vannacht dit boek met 220 bladzijden uitsluitend over roofbleivissen al eens globaal door.
Naast de obligate beschrijving van de Zielfisch, gaat veel aandacht uit naar stekken, spinnen met plugs, spinners, lepels, vissen met Sbirolino's en vliegvissen. En om elke rechtgeaarde roofbleivisser lekker warm te maken voor het nieuwe seizoen op deze wonderbaarlijke hardknokkende visetende witvis, wordt besloten met een aantal Rapfenstorys. Echte thrillers voor wie een gevoelige natuur heeft.
Laat me beginen met te zeggen dat dit een uitstekend boek is voor wie op roofblei wil beginnen vissen (tenminste als de hengelaar in kwestie een minimale kennis van Duits heeft, want zoveel plaatjes staan er niet in), maar dat het merendeel van de reeds jaren experimenterende roofbleivissers in de lage landen veel reeds vertrouwde zaken zal terugvinden. Interessant is bijvoorbeeld de gedetailleerde beschrijving van wobbler (plugs), stick- en jerkbaits, oppervlakte- en ratelpluggen, die het volgens de auteur zeer goed doen voor roofblei. Enkele van de genoemde kunstaasjes zoals de drijvende Shallow Shad Rap 7 van Rapala, de Rattlin' Chug Bug 7 van Storm en de drijvende Minnow 7 van Salmo behoren sinds jaren ook tot mijn favorieten.
Voor mij ging het interessantste deel het luik over vliegvissen op roofblei omdat over deze materie niet zo veel terug te vinden is. Materiaal en vliegen worden in een dertigtal bladzijden toegelicht. Interessante bindpatronen zijn in het boek opgenomen.
Zonder het boek grondig gelezen te hebben, kan ik het nu al aanbevelen. Zoveel boeken behandelen immers niet het roofbleivissen. Misschien ben ik wat verwend, maar de foto's vond ik een beetje ouderwets aandoend. En sommige kunstvliegen zien er echt verfomfaaid uit. Een kniesoor die daar echter op let.
  


zaterdag 23 februari 2013

Deacon blues

Om 19.00 uur rijd ik naar huis. Na het drinken van een Duvel. Eén maar, ik wil bij een alcoholcontrole niet positief blazen. Thuis wacht trouwens een fles Andron Blanquet 2006, een Saint Estèphe, op mij. Misschien niet de beste Bordeaux, maar toch ook geen rommelwijn. Voor één keer ga ik deze fles soldaat maken.
Bij het naar huis rijden Deacon blues van Steely Dan (http://www.youtube.com/watch?v=Ck1N1I-LzWc) op de cd-speler. Wat een fantastische muziek voor de auto.
Wat een topdag was dit. We gingen dan wel niet aanzitten op ree omdat het zo koud was maar begonnen de dag met jacht op houtduiven.
Wind uit het oosten, windkracht 4 tot 5, zonnig. We wisten op voorhand dat de bosduiven zouden vliegen. Al zitten er veel minder dan vorige jaren, vandaag waren de houtduiven wel van de partij. Snel en laagvliegend en dus moeilijk onder schot te krijgen.
En voormiddag op de duiven
Roland en ik startten elk in een bosje waar we meestal geposteerd staan. Al vlug zag ik dat de vluchtlijn van de duiven zo'n 200 meter verder op lag, nabij een paardenstal.  Plastic lokduiven dan maar naar een weiland verhuisd waar ik vermoedde dat de duiven makkelijker onder schot zouden komen.
Een camouflagenet had ik echter niet mee en in de stal stond ik te bloot waardoor ik genoodzaakt werd in een gracht met wat vergaan riet plaats te nemen. Een beetje mooi verwoord. In feite lag ik plat op mij zij opdat de duiven me niet in de gaten zouden krijgen. Er zijn makkelijker houdingen om te schieten.
Alhoewel het eerste uur er niet zoveel vlucht was, verbeterde het tegen de middag. Roland was goed op dreef hoorde ik aan het aantal schoten dat zo'n kilometer van mij weerklonk.
Mij passeerden tal van duiven. Spijtig genoeg net te ver. Meestal op zo'n vijftig meter. En dat is te ver op met die rotzooi van staalhagel houtduiven dodelijk neer te halen. 30 à 35 meter is wel echt het maximum. Veel duiven boden zich aan.  Belangrijk was goed uit te kiezen welke duiven binnen bereik waren. Duif na duif kon ik binnenhalen zodat ik tegen de middag 21 stuks had. Mijn leermeester Roland scoorde nog beter met 35 stuks. Een voormiddag met 56 duiven daar wel ik elke dag voor tekenen. Op de foto trouwens mijn aandeel in de voormiddag. Ik weet wel, ik krijg soms reacties dat dit niet kan. Dat vind ik nu eens totaal van de pot gerukt. Wie me kent weet dat er geen grotere natuurliefhebber is dan mij. Weinigen die zoveel respect hebben, al zeg ik het zelf. Maar dat wil niet zeggen dat we geen gebruik mogen maken van de natuur. Dat we niet mogen oogsten. Natuurbescherming zijn voor mij geen reservaten, deels gekocht met het geld van de jagers en vissers, die niemand mag betreden. En ja hoor, ik kan de donateurs van allerlei anti-jacht en visserijverenigingen wel begrijpen, maar zij mij niet. Ze weten spijtig genoeg niet beter.
Na de middagsoep (uien en kaas) had Roland nog zin om konijnen te fretten. We waren immers toch goed op dreef. Met de hulp en de inspanningen van de jachtwachter boekten we na twee uren een resultaat van elf konijnen. Waarna we besloten ook nog eens de avondvlucht houtduiven mee te nemen. Goed voor verre schoten en bijkomend 13 stuks.
Een dagtotaal met twee van 69 duiven en 11 konijnen, welke jager zou  daar niet voor tekenen ?
In ieder geval heb ik morgen werk genoeg. Duiven pluimen en konijnen villen. Voor natuurlijk wildbraad  moet je wel wat moeite willen doen.  

vrijdag 22 februari 2013

Vlug eens van me laten horen

Drukke werkdagen, vriesweer en griep hebben ervoor gezorgd dat van de gebruikelijke buitenactiviteiten niet veel in huis kwam.
Wel tussen door veel gelezen, veel muziek beluisterd en mijn hengelkamer opgeruimd. Uren en uren bezig geweest met het organiseren van mijn vliegbindmateriaal. Ik had er geen benul van dat ik er zoveel had. Eigenlijk ook niet verwonderlijk als je naast visser, ook jager bent, en regelmatig eendenveren en hazenvellen  mee naar huis neemt. Bij het ordenen vloog toch wel een mot uit een oude bucktail. Actie zal dringend moeten ondernomen worden. Mottenballen dienen aangerukt. Een tiental jaren geleden had ik immers al eens een mottenplaag. De vervelende insecten hebben toen zowat de helft van mijn vliegbindmateriaal opgevreten. En blijkbaar hadden ze een voorkeur voor de duurdere Metz-skins.
Alhoewel ik me voorgenomen had geen hengelboeken meer te kopen, kon ik het toch niet laten om "Rapfen, jäger der Flüsse", een boek over roofbleivissen van Florian Laufer te bestellen. Hopelijk krijg ik hierdoor nieuwe inzichten want het roofblei vangen lukt de laatst jaren hoe langer hoe slechter.
De laatste weken was ik slecht tweemaal buiten actief. Eénmaal jagend op de duiven met Roland en Gaby. Een koude windstille dag, waarop de duiven zoals verwacht verstek lieten en die we met een totaal van twaalf duiven besloten.
En verleden week zondag waren we in de polder actief. Terug windstil weer met hier en daar nog ijs en sneeuw. Paul met jerkbaits en shads. Ikzelf hoofdzakelijk met vliegenhengel en streamer. Op het einde van de dag was de stand gelijk. Elk een snoek. Toch was ik zeer tevreden met de 90 cm lange en superzware snoek die ik op een geel-oranje tandemstreamer ving. Dit exemplaar had, denk ik, nog nooit kunstaas gezien want op zo'n belabberde visdag nam deze snoek de streamer zo hevig dat het 25 cm lange tandemgeval volledig, maar dan ook volledig inde bek verdwenen was. Gelukkig kon de snoek vlot en ongeschonden onthaakt en terug gezet worden.
Morgen warm ingeduffeld nog een dagje houtduiven jagen voor het jachtseizoen sluit. Er wordt behoorlijk wat wind verwacht. De resultaten zouden dus beter moeten zijn. We zien wel.      

WebRep
Algemene beoordeling
Deze site heeft geen beoordeling
(niet genoeg stemmen)
WebRep
Algemene beoordeling
Deze site heeft geen beoordeling
(niet genoeg stemmen)

dinsdag 5 februari 2013

Terug op stap

Een tijd ging voorbij zonder enig bericht. Niet verwonderlijk. Beroepsmatig zijn de eerste maanden van het jaar voor mij de drukste. En ook het ijs was natuurlijk spelbreker. Van vissen kwam uiteraard niets in huis. Van jagen ook niet. De minister had de jacht immers tijdelijk geschorst.
Aangezien de gebruikelijke buitenactiviteiten toch niet doorgingen, trokken Paul en ik dan maar naar La fête de la pêche à la mouche, georganiseerd door de l'Amicale des pêcheurs à la mouche te Charleroi. Persoonlijk ben ik niet zo'n beurzenmens maar al bij al was het best gezellig bij onze Waalse vrienden. Wel overvol en een beetje chaotisch op zijn Waals. Zoals elk jaar neem ik me voor vliegen te binden om meer op reservoir en/of rivier te vissen. Het duurde dus niet lang vooraleer mijn zuurverdiende euro's in vliegbindmateriaal waren opgegaan. Een metertje chenille kost tegenwoordig meer dan een gram goud had ik het vermoeden toen ik mijn pas ingeslagen voorraad overschouwde. Zo weinig voor zoveel geld. En de Waalse economie steunen deed ik ook niet echt aangezien ik, onbewust weliswaar, voor het overgrote deel bij Vlaamse en Engelse zaken had aangekocht. Na een babbel met enkele leden van een Waalse vliegvisclub namen we ons voor dit jaar eens meer naar de Ardennen te trekken.
Ook in het nieuwe jaar binden we de strijd aan met de snoek
Verleden zaterdag brachten we door in de polder. Het weer zag er echt niet goed uit maar verbeterde vlug toen we de grote rivieren over waren. Maar het bleef de gehele dag koud. Vroeger kon ik daar best tegen maar nu niet meer zo.
Ik startte met de streamer. Niet echt zo'n goed idee als je warme handen wil hebben. Het water was ijskoud en ik had mijn latex handschoenen (dun maar lekker warm) vergeten. Een hand als een ijsklomp was het gevolg. Bovendien kwam de wind keihard van rechts. Laat ik nu net rechtshandig zijn en bovendien een beroerd linkshandig werper. Het gevolg liet zich raden.  De 25 cm lange tandemstreamer kwam steeds met een rotvaart op me af zodat ik me steeds moest bukken om niet gehaakt te worden. Prettig vissen is anders maar qua work-out kon het tellen. Ik kreeg één aanbeet. Twee seconden aan en dan los. Het kon ook niet anders. Mijn spinstang was mooi hoepelrond gebogen net voor de streamer. Een bewijs dat de snoek de streamer op kop genomen had en nooit was gehaakt geweest. Buiten een kolk van een kanjer kreeg Paul niets te zien.
Niet getreurd we kenden nog stekken. Dan maar de oude polder in. Ik mag dan nog jager zijn maar ik zie hazen net zo graag levend. We waren nog maar net het hek over en er ging er al een kanjer vandoor. En in de greppel, die voor drainage aangelegd was, lagen verschillende mooie hazen netjes met de rug naar de wind toe en met de kop in de zon. We gingen er met een boogje om heen om ze niet te verstoren.
En vanaf dat moment begon de successtory voor Paul. Snoek na snoek, keer op keer mooie exemplaren, wist hij met de Cormoran Bellydog te verschalken. Ik niet. Niettegenstaande ik van Paul voor mijn nieuwjaar zo'n supervanger cadeau had gekregen, kon ik er niet mee vissen. Hij lag immers nog thuis op de salontafel te blinken. Uiteindelijk en enkele hengelwaters verder kwam Paul tot zes snoeken en wist ikzelf mijn eer nog te redden met twee snoeken op een roze Foxshad. Ondanks het gure weer, toch een succesvolle dag met mooie grote en weldoorvoede snoeken. Ik blijf ervan overtuigd dat op weinig beviste waters de snoeken vaker mooier zijn dan in de overbeviste stads- en sierwateren die dagelijks door een meute hengelaars bezocht worden. Het is maar een idee van mij maar ik heb de indruk dat stressvrije snoeken beter gedijen. En zo zie ik het graag.
Afsluiten deden we traditioneel. Niet in stijl en eerder ongezond. Bij Mc Do.