zondag 28 oktober 2012

Hazen jagen

Iedereen heeft goede en slechte momenten in het leven. Op sommige vlakken zit het je mee. Andere zaken dan weer vallen behoorlijk tegen. Ook ik bleef niet gespaard van tegenspoed. Gelukkig heb ik een goede vriendenkring waarop ik steeds kan terug vallen en steunen : een deel ervan zijn verwoede vissers, andere dan weer echte jagers. Weinigen onder hen echter vissen én jagen, zoals ik doe.
Het was gisteren dat samen met mijn jachtvrienden het jachtseizoen gestart werd. Sommige van mijn medejagers en drijvers had ik bijna een jaar niet gezien. De samenkomst aan het jachtveld 's morgens was dan ook allerhartelijkst. Er werd tijd genomen om wat bij te keuvelen. De jachtdrang is na al die jaren niet meer zo hevig dat we direct aan de slag willen gaan. Er was dus tijd voor een praatje en ook, zoals de traditie het vereist, een borrel voor aanvang. We zouden een halve dag hazen jagen om daarna naar gewoonte met een gezellig maal af te sluiten.
Er zouden nog twee hazen meer volgen
Iedereen zat vlug in de jachtkleren. Nog vlug mijn jachtgeweer, een oude Perazzi MX12, waarmee ik al tienduizenden patronen verschoten heb en die enkele jaren terug door Pletsers gereviseerd werd, opgehaald en mijn patronenriem omgord en we konden aan de slag. In de loop gingen vandaag Mirage patronen 32 gram, staal nr.3, een "goede" staalpatroon in zoverre dat die al zouden bestaan.
Zoals gewoonlijk was de groep beperkt tot vier geweren en enkele drijvers. Het weer zag er goed uit. Desalniettemin zouden we in de loop van de voormiddag toch een regenbui te verduren krijgen.
Jagen zien we als een vorm van natuurbeleving. We jagen dan ook met respect. Hazen die te ver lopen of niet goed kunnen aangesproken, worden niet beschoten. Zeker nu we al jaren verplicht worden met die verdomde staalhagelpatronen te schieten. Nog jonge, te kleine haasjes laten we lopen.
Afwisselend werden oude oneffen weilanden, maïsstoppels en enkele bietenvelden bejaagd. Na al die jaren zijn we goed op elkaar ingespeeld zodat alles vlot verloopt.
Al vanaf de start verliep de jacht voorspoedig. In een perceel groenbemesting kwamen twee hazen onder schot en ook binnen. Een derde haas zag de bui hangen en ging er reeds van ver vandoor zodat hij de dans kon ontspringen. Een volgend perceel leverde een konijn op. Een oude fazantenhaan ging reeds heel vroeg op de vleugels en kon ontkomen. Een wilde eend, die van op een vijver opvloog, kon ook binnen gehaald worden. Zo werd tot twee uur in de namiddag perceel na perceel afgejaagd, af en toe met een korte tussenpauze om een drankje te nuttigen. We sloten af met acht mooie hazen, een konijn en een eend. Een hoger aantal hazen gingen er vandoor of lieten we lopen en zo hoort het ook als je een goede hazenstand wil behouden. Geen echt spectaculair resultaat wat getallen betreft maar dar doen we het ook niet voor. Het is immers de totaalbeleving die telt. Op een stuk na kon alles, wat beschoten werd, binnen gebracht worden. We waren dan ook tevreden en konden goedgeluimd het middagmaal aanvatten.
    

vrijdag 26 oktober 2012

Op zoek naar andere horizonten

Eerlijk gezegd : ik ben dit jaar een tijdje behoorlijk uitgekeken geweest op het vissen. Dit is voor mij niets nieuw. Af en toe overvalt me dit wel eens. Ik heb jaren gehad dat ik op een jaar maar een keer of vijf aan vissen toe kwam. Maar steeds begon ik opnieuw met vernieuwd enthousiasme.
Een mooi maal gezonde zeevis voor ons drie.
Samen met mijn vismaten vraag ik me af of het nog wel de moeite is op de grote rivieren te blijven vissen. In die 25 jaar dat we er actief zijn hebben we de vangsten alleen maar zien slinken. Dit jaar was een echt dieptepunt met heel weinig baars, roofblei en snoekbaars. Zeer helder water maar weinig vis. Op sommige rivieren is nog wel een roofvis te vangen, maar daar is de scheepvaart zo toegenomen dat het echt niet meer leuk meer is, meer nog het is zelfs soms behoorlijk gevaarlijk geworden. Steeds meer en grotere duwbakcombinaties maken het vissen er niet plezieriger op.  Tegen de gewoonte in, is de boot reeds weken uit de haven en is hij nu al gestald in de schuur van bevriende landbouwers. Of ik volgend jaar mijn ligplaats opzeg in de haven waar ik al tientallen jaren kom, daar wil ik nog wel eens nog wat nachtjes over slapen. Enerzijds kunnen we maar niet geloven dat eens zo goede viswaters sinds enkele jaren bijna niks meer geven en hopen dus nog steeds op beterschap. Anderzijds worden de inspanningen zowel materieel als financieel (alhoewel dit laatste steeds de minste rol gespeeld heeft, voor een hobby heeft een mans wat over nietwaar ?) zo groot en de beloning zo klein dat we ons terecht afvragen of het nog wel zin heeft.
Maar we geven het vissen en het jagen daarom nog niet op. Vanaf morgen start voor mij het jachtseizoen en het poldersnoeken, dit jaar liefst zoveel mogelijk met de streamer, komt er aan. En ondertussen hebben we de strandhengels terug van onder het stof gehaald.
Tot tien jaar terug vond je me vaak terug aan de Zeeuwse stranden. In de zomer vissend op tong en paling, in de winter op wijting en gul. Fantastische vangsten hebben we gehad. Constante aanbeten en tientallen wijtingen zodat we voortijdig wegen gebrek aan aas dienden te stoppen. 15 gullen op een tij zodat we geladen met vis, hengels, materiaalkisten en petroleumvergassers ons een weg dienden te ploegen door het mulle zand en ons daarna door de duinen dienden te slepen. Wie zegt dat vissen geen sport is, slaat hier de bal wel mis.
Aangezien Paul tijdelijk in Nederland vlakbij het strand verblijft waren de plannen vlug gemaakt om het strandvissen terug op te nemen. Zeker toen Paul me zei dat er af en toe wel redelijk goed gevangen werd. Nog geen wijting of gul, maar wel schar in redelijke aantallen.
Zo stonden Paul, Nico en ikzelf verleden week 's nachts tweemaal op een verlaten strand met vier hengels. Gisteravond vond ook nog eens een sessie plaats. En het is ons niet slecht bevallen. Van gul mag er dan wel geen sprake zijn maar we zijn nog steeds even enthousiast als vroeger , zeker als we regelmatig beet krijgen. En nog steeds, soms kinderlijk, benieuwd om te weten wat er nu weer aan de haken hangt.
Gedurende de drie sessies werd gekozen voor een verwerponderlijn met twee zijlijnen van zo'n 50 cm, aasclips, haken Kamasan Aberdeen nr. 2 en als lood 170 grams longtail beachbombs. We wisten over drie beurten zo'n 80 vissen te vangen van diverse soorten zoals puitaal, wijting, zeebaars, bot en voornamelijk schar. Zeebaarsjes en kleine wijting ging terug. Wat restte was meer dan genoeg voor een mooi maal schar voor ons allen. Een strandvisser is herboren. Hopelijk vangen we in november mooie wijting en is de gul een beetje van de partij.      

zondag 16 september 2012

Wordt het beter dit najaar ?

Weken zijn voorbij gegaan zonder te bloggen. Mijn tijd werd opgeslorpt door werk en familie. 's Avonds was het te vaak te laat en de zin om te schrijven te klein .
Niet dat we ondertussen niet gevist hebben. Maar de visbeurten waren eerder kort en over het algemeen zeer teleurstellend.
Drie vistrips op Vlaamse kanalen brachten dertig baarsjes, waarvan slechts een paar twintig centimeter of meer waren en twee snoekjes in de boot. Het best vingen we met de kleinere maten Salmo Hornets en met Reins Palpuntin pilkertjes. Kilometers oever werden met jerkbaits en softbaits bestookt. Gericht vissen op snoek leverde niks op.
Een vijftal malen hebben we op de grote rivieren gevist. Eén maal zijn we voortijdig moeten stoppen omdat een duwbakcombinatie zoveel en zulke hoge golven maakte, dat we totaal onvermijdelijk zoveel water binnen kregen dat we kletsnat waren. Het wordt me eerlijk gezegd op bepaalde rivieren, en het zijn juist die waar nog wat snoekbaars en baars zit, te druk en te gevaarlijk om er nog rustig te kunnen vissen. Ik heb het er niet meer voor over. Als we gedurende de overige visbeurten in totaal zo'n vijftien roofvissen (snoekbaars, baars en roofblei) vingen zal het veel zijn. We geven niet vlug op maar als het zo blijft duren zullen we wel genoodzaakt zijn om te stoppen. Het sop is de kool bijna niet meer waard.
Deze morgen was ik van plan om op een kanaal dichtbij te gaan trotten op brasem. Alles stond al klaar. Alleen had ik er plots geen zin meer in.Vandaag blijft dus een visloze dag.
Wel maak ik deze namdiddaa een uurtje vrij om twee rugzakjes voor het poldervissen dit najaar klaar te maken. Eén vul ik op met streamermateriaal : reels en reservespoelen met drijvende en traagzinkende lijnen aftma 9, leadermateriaal in de vorm van 40 en 45/100 nylmon, spinstangen en allerlei soorten streamers met de voorkeur voor 25 tot 30 cm lange tandemstreamers. Mijn ander rugzakje bevat werpmolens (Shimano Stradic 2500 en Luxor 100) met reservespoeln voorzien van gevlochten lijn, reels (Shimano Calcutta en Calais), jerkbaits (Strike Pro Babybusters, Salmo Sliders en Fatso 10), Pakolepels, shads, edm.
Zoal jullie zien, we stoppen nog niet met vissen, hoe slecht het ook gaat. Maar ik hoop wel in de komende maanden wel wat meer opbeurende vangstresultaten mee te delen.  

dinsdag 24 juli 2012

Zondagse riviertrip

Mijn vismaat Frank, waarmee ik vroeger quasi wekelijks uit vissen ging, had ik door allerlei omstandigheden bijna een jaar niet gezien. Niet gelijklopende werkroosters en activiteiten hadden ervoor gezorgd dat we geruime tijd samen niet aan vissen toegekomen waren.
Verleden zondag hadden we echter samen nog eens de gelegenheid de roofvis op de grote rivieren te belagen. Ik had extra benzine ingeslagen om de actieradius te verhogen. Door de steeds maar tegenvallende vangsten probeer ik roofblei, baars en snoekbaars steeds verder en verder te zoeken op nieuwe stekken. We startten de dag dan ook met eerst een twintig kilometer te varen.
Het was zondag en mooi weer. Dus op het water was het superdruk. Ook de duwbakken hadden nog geen verlof genomen. Wat een rotgolven produceren die vaartuigen toch. Vooral de Veerhavens in diverse nummers zijn te duchten. Afstand houden is de boodschap om niet in de problemen te komen.
Vlugge foto van zeer mooie baars
De stroming was zwak aanwezig. De namiddag verstreek met trollend vissen over de ondiepere stukken tot zo'n vijf meter, afgewisseld met vertikalen op de taluds tot tien meter.
De eerste aanbeten kregen we vlug. Ik was de eerste gelukkige. Plots voelde het alsof mijn dieplopende Salmo Hornet tegen een obstakel vastgelopen was. Mijn sleephengel plooide steeds verder door. Ik vreesde reeds voor terug een verloren plug. Totdat er beweging in kwam. Traag stampend vocht een vis tegen de bodem aan. Een minuut later lag een mooie snoekbaars van tegen de 70 cm in het schepnet. Tien minuten later voltrok zich het zelfde scenario. Zo lang het zachtjes stroomde gingen we verder met trollen om nog een baars van 45 cm en een snoekbaarsje te vangen.
Na het overschakelen naar het vertikaalvissen wist Frank nog enkele snoekbaarzen te missen en er drie te vangen. Bij mezelf bleef het bij twee gemiste aanbeten. Langzaam werd het avond. Het ogenblik om de roofblei achter de schubben te zitten. Er was al heel wat speldaas op de rivier aanwezig zodat de roofblei zeker moest aanwezig zijn. Stek na stek leverde echter terug niets op.
Vanuit een grote kruidplek kreeg ik plots wel een fantastisch harde aanbeet op een ondiep duikende Rapala Shadrap. Ik zag een gouden flits de plug nemen. Eerst dacht ik aan een grote winde, een vissoort die we wat later in het seizoen regelmatig aan klein kunstaas vangen. Maar na een mooie dril bleek het over een heel dikke, bronskleurige baars van 47 cm te gaan. Echt een prachtvis waar geen schubje verkeerd aan was. Zo kon de visdag toch nog mooi afgesloten worden  

zaterdag 21 juli 2012

Zeven



Stilaan ziet het er wat beter uit op de rivier. Althans op de dieptemeter. Waar we enkele weken terug weinig of zelfs geen vissymbolen zagen, bespeuren we er nu meer.
Ik weet wel, het beeld op het schermpje van de visvinder is niet zaligmakend, maar ik zie toch liever her en der signalen dan helemaal niets
Ook de echo's, tegen de bodem aangeplakt, zijn hoopgevend. Zeker als het groepjes van drie of meer zijn. Dat zou wel eens snoekbaars kunnen zijn.
Dus gaan Paul en ik er met nieuwe moed tegen aan.
De rivier stroomt redelijk. Dat zit dus wel goed.
We starten met vertikalen op enkele bekende plekken. In het eerste halfuur vang ik een mooie snoekbaars en een kleiner exemplaar op een gele Nitro Soft jerk 110 van Illex op een dertig grams loodkop. Veel lichter ga ik meestal niet meer op stromend water. Spijtig genoeg vind ik deze, door vele hengelaars, miskende softbaits niet meer in de handel.
Een goed begin maar daarna blijft het spijtig genoeg terug uren stil. Om echt wanhopig van te worden. Zeker als je weet hoe het vroeger was  Oeps daar begin ik terug, maar ik kan het niet laten. Zoveel verschil, hoe is het mogelijk.
Ondertussen zijn we al dertig kilometer verder gevaren, nog steeds zonder resultaat.
Op de getijderivier worden we voorbij gestoken door twee sportvissers  in een snelle aluminium boot. Ik herken ze van de foto's op hun website. Uit de snelle wijze waarop ze vanhier naar daar varen, menen we af te lezen dat zij ook niet veel vangen.
We besluiten enkele kilometers te trollen op zo'n vijf meter diepte. Paul met de Rapala Shad rap van 9 cm, ikzelf met een Salmo Hornet 5 SDR. Al vlug vang ik een snoekbaarsje en een baars. Paul weet twee baarzen te vangen waaronder een mooie van 45 cm.
Het einde van de stroming betekent ook meteen het einde van de aanbeten.
We zijn inmiddels zo'n veertig kilometer van mijn ligplaats verwijderd en besluiten langzaam al trollend terug te varen. Zoals verwacht in deze slechte omstandigheden vangen we niets meer.
Na anderhalf uur komt de vloedstroom er terug in. Tijd om de bekende roofbleistekken af te varen en te bevissen. In een snel tempo wordt zo'n twintig kilometer rivier afgehaspeld. Op één plek duiken de sternen. Ik meen ook een kolk van een roofblei in de oppervlakte zien. Direct werpen Paul en ik naar de stek. Op vijf minuten tijd krijg ik twee keiharde aanbeten maar ze hangen niet. Vertwijfeld controleer ik mijn haken, maar daar is niets mis mee. Na een kwartiertje vissen krijgen we geen enkel respons meer. We besluiten voor donker en terwijl het nog wat stroomt nog twee stekken bevissen. Op en ervan mis ik een derde roofblei en weet ik nog ééntje van zo'n 45 centimeter te verschalken. Na zeven uur vissen komt de teller dus op zeven te staan. Het blijft echter maar een pover resultaat, vinden we allebei. Zeker als je weet dat we zo'n tachtig kilometer gevaren hebben en tal ven bekende en supergoede stekken bevist hebben.
Volgende keer beter, zeker ? Je leest het hier

woensdag 11 juli 2012

Zes

We weten echt niet goed wat er de laatste twee jaar aan de hand is met onze "thuiswaters" die we inmiddels al zo'n kleine dertig jaar in de zomer en herfst met de boot bevissen.
We hebben in al die jaren eerst de snoekstand zien afnemen ten gunste van de snoekbaars. Om daarna door het meer helder worden van het water de snoekstand terug te zien toenemen en de snoekbaarstand drastisch te zien afnemen.
Meer dan tien jaar terug vingen we onze eerste roofblei die we nog aan de hand van de zoetwatervissengids van de toenmalige OVB dienden te determineren. We dachten dat het een toevalstreffer was. Maar ondertussen hebben we al heel veel roofbleien gevangen waarvan verschillende boven de 80 cm.  En we hebben ons echt gespecialiseerd op de roofbleivisserij. De snoeiharde aanbeten zijn immers overgelijkbaar. Speciaal roofbleikunstaas werd aangekocht in Oost-Europese landen omdat ze daar van oudsher vertrouwd zijn met de visserij op deze voor hen inheemse vis, die tot mijn verwondering op de IUCN rode lijst van bedreigde soorten staat. Ondertussen hebben we met vallen en opstaand de goede stekken en tijden, alsook de meest lonende vistechnieken leren kennen. Nu we de visserij toch wel behoorlijk onder de knie hebben, hebben we evenwel de indruk dat de roofbleistand terug afneemt want we vangen er steeds minder en minder. Ofwel zijn ze zo gedresseerd of snugger geworden dat ze zich niet meer met kunstaas laten verleiden. Maar het zal wel niet want we zien er bijna ook geen meer jagen. Ook niet 's avonds laat wat over het algemeen het beste tijdstip is om roofblei te belagen.
Tot drie jaar terug vingen we veel en soms heel veel baars. We hebben dagen gekend met tientallen baarzen aan de shad en de plug. En bovenal was het voornamelijk heel grove baars, zelfs tot 53 cm toe, die we vingen. Dit jaar staat de teller op één baars. Nu zijn we beschaamd dat we in de "goede" tijd soms stopten met baarsvissen omdat we ze te gemakkelijk en te veel vingen.
De grootste van de dag op een Salmo Hornet 5 SDR
Ook de witvisstand, en zeker het aantal windes, is afgenomen. De zwartbekgrondel daarentegen kent sinds enkele jaren een  enorme groei. Hopelijk stabiliseert zich deze situatie op een aanvaardbaar peil want deze en andere exotische grondels zijn enorme kuitvreters zodat voor de reproductie van de inheemse vissoorten valt te vrezen.
We zijn niet alleen vissers maar ook natuurliefhebbers zodat de totale beleving primeert op het aantal gevangen vissen. Maar steeds weer vanuit België al die kilometers rijden om bijna niets te vangen terwijl we vroeger regelmatig de pannen van het dak visten, is ook niet leuk meer. We hebben daarom sinds gisteren het roer drastisch omgegooid en varen nu, voor dat we maar aan vissen beginnen te denken, eerst zo'n veertig kilometer de grote rivier op. Tussen de vele duwbakcombinaties en grote vrachtschepen door. Echt rustig vissen is het niet. Bovendien is waakzaamheid steeds geboden. Zeker de duwbakken veroorzaken immens hoge golven. Gelukkig is de Boston Whaler tegen een stootje bestand maar soms heb je wel een licht onveilig gevoel.
Niettegenstaande het behoorlijk waait zitten we op de zuidelijke oever van de rivier in de luwte zodat we mooi kunnen vissen. Het stroomt, maar niet te hard. Dat is ook mooi meegenomen. Tot de avond valt combineren we trollen op de stukken met een min of meer egale diepte met vertikalen op de plekken waar er taluds zijn.
Sinds lang is nog wat actie. Niet overdreven veel maar toch genoeg om ons terug wat moed te geven. Samen krijgen we in totaal een tiental aanbeten waarvan we er zes weten te verzilveren. De grootste snoekbaars van de dag, 67 centimeter lang, vang ik al trollend met een Salmo Hornet 5 SDR firetiger. Een tiental minuten later parkeer ik dit plugje voor eens en altijd op de bodem zodat mijn lijstje met verloren kunstaas dit jaar terug aangroeit. Ik hou immers op mijn prikbord een dergelijk lijstje bij. Zo weet ik direct wat ik op het einde van het jaar moet bijbestellen om mijn voorraad op peil te houden.
Tegen de avond varen we terug naar de haven, niet zonder honderden Canadese, grauwe en nijlganzen te passeren. Zeker het bestand van nijlganzen wordt best beperkt want deze exoten staan er om bekend inheemse soorten eenden en ganzen te verjagen. Een aalscholver duikt en komt even later met een polsdikke paling boven. Hij stikt bijna als hij de paling met heel veel moeite naar binnen wurmt. Mooi zijn ook de lepelaars die ons hoog in de lucht statig tegemoet vliegen.
Op de terugweg worden nog een drietal roofbleistekken afgevist. Spijtig genoeg geven deze rovers terug niet thuis. Na middernacht komen we uiteindelijk thuis aan. Als de  situatie zo blijft, zijn we in het vervolg verplicht vele kilometers te varen om nog een visje te vangen. Het zij dan maar zo. We denken nog niet aan stoppen.

vrijdag 6 juli 2012

Blijven proberen zeker

We hadden dinsdag afgesproken aan mijn bureau wat eigenlijk niet zo'n best idee was want ik kon het niet laten om eerst nog wat werk te doen. Maar geen geklaag, ik combineer alles graag en een mooie visdag was in het verschiet.
Roland kwam me stipt op tijd om 11.00 uur afhalen want we waren, zoals altijd in de zomer, van plan een avondlijke roofbleisessie te houden. De ongeveer twee uur durende heenreis naar Nederland kon rustig aangevat worden. Tijd om bij te praten over Rolands jacht- en visavonturen over de gehele wereld.
In de haven werd rustig alles voorbereid. Ik jaag me niet meer op, zoals vroeger wel een het geval was. Twee spinhengels en twee vertikaalstokken werden opgetuigd. Kunstaas werd op het dashboard van mijn boot grijpklaar uitgestald, de dieptemeter/gps geïnstalleerd. Het grote, voorlopig droge, schepnet binnen handbereik gelegd.
Bovendien had Roland een 13 voets tweehandige vliegenhengel voor een 8 lijn mee om wanneer mogelijk met de streamer de roofblei te belagen.
Het weer kon eigenlijk niet beter zijn. Een beetje wind, bewolkt, af en toe een beetje dreigend zelfs.
De laatste vangstberichten daarentegen waren ontmoedigend.
Vlak voor we de rivier opvoeren werd ik nog vlug gebriefd door een plaatselijke sportvisser. Hij gaf ons mee dat het de laatste weken echt niks was, zelfs al gingen we dertig kilometer verder stroomopwaarts. Nu vertel ik al jaren iedereen in de haven dat ik nooit iets vang dus veel verschil zou het niet maken.
De rivieren waar we steeds op vissen zijn eigenlijk redelijk onvoorspelbaar qua stroming en getij. Ik zag het direct. Ik had verkeerd gegokt. De stroming was heel vlug aan het afnemen om dan verschillende uren stil te vallen. Dit zou wachten worden tot er terug stroming in kwam.
Roland eens in de rol van ghillie
Het was dan ook reeds 19 uur toen het water wat in beweging kwam. Het sein om aan het ernstiger werk te beginnen. In een pijlsnel tempo werd van stek naar stek gehopt. Dan eens werd ondiep, dan opnieuw heel diep gevist. Pluggen, shads, lepels en vliegen, de hele zwik werd aan het water toevertrouwd. Het resultaat laat zich gemakkelijk raden. Niets zagen of voelden we.
Maar ik wist nog één laatste stek voor we er de brui zouden aan geven. Eén stek. Een plek waar de rivier van 10 meter diepte naar vijf meter gestuwd wordt. Een plek waar ik in de goede snoekbaarstijd, die spijtig genoeg nu tot het verleden behoort, eens gedurende één zomerseizoen op een tiental sessies meer dan zeventig snoeken met de zinkende vliegenlijn en de streamer gevangen heb. Een plek met heel goede herinneringen. Zoals verleden jaar toen een immens grote snoekbaars besloot mijn plug tot aan de boot te volgen, evenwel zonder toe te happen.
Vlak voor dat we begonnen met vissen, vertelde ik het verhaal aan Roland. En hoe graag ik deze immense snoekbaars gevangen zou hebben.
En dan gebeurde het onmogelijke. Op mijn eerste worp met een diep duikende Shadrap kwam plots in een flits een grote schim naar mijn plug toe gezwommen. In eerste instantie dacht ik dat het een roofblei was en dat riep ik dan ook Roland toe. Ik had dan ook een getuige van wat dan gebeurde. Een immens lange, maar vooral zeer brede snoekbaars, hapte met de stekel omhoog naar mijn plug op het ogenblik dat ik die uit het water wilde halen. Zowel Roland, als ikzelf, zagen in het kristalhheldere water de plug volledig in de bek van de snoekbaars verdwijnen. Ik sloeg aan. Spijtig genoeg in het luchtledige. Even vlug had de snoekbaars de plug uitgespuwd me achterlatend zonder vis maar met een illusie meer. We keken elkaar aan. Zo'n monstervis hadden we beiden nog nooit gezien. En we zijn wat gewoon, al zeg ik het zelf. Die snoekbaars had een rug van vijftien centimeter dik en moest rond een meter zijn. Wat een gemiste kans. Maar dat maakt het vissen net zo mooi. We weten de plaats. We zullen het zeker blijven proberen. En wie weet lukt het ooit eens.
Overigens werd de visdag niet roofbleiloos afgesloten. Ik slaagde er nog in een roofblei van rond de zestig centimeter te vangen. Spijtig genoeg beperkte de actie zich bij Roland tot het scheppen van mijn vis.