dinsdag 10 november 2020

Een dagje op het kanaal en een namiddag in de polder

 België zou goed snoekwater kunnen bezitten als deze roofvis maar naar waarde zou geschat worden. Maar al te vaak wordt echter snoek meegenomen. En elke snoek is er één te veel want veel hengelwater is er niet en het snoekbestand verre van optimaal. Bovendien wordt er vaak amateuristisch geklungeld door vissers die niet kunnen onthaken of snoeken te lang en verkeerd manipuleren. Getuige hiervan de twee snoekjes die we dood aantroffen en een snoek met uitgescheurde kaak, die toch nog de moed vond mijn kunstaas te grijpen. Op het vlak van weidelijkheid en techniek valt er dus nog veel te leren.

Verleden week vonden we tijd om een dagje op het steeds maar meer beviste kanaal te vissen. Met twee gingen we op dit 3 meter diepe kanaal met de verzwaarde Mepps en Vibrax aan de slag. Mijn andere vismaat met pluggen en shads. 6 uur werpen leverden ons slechts 3 kleine snoekjes en een paar baarsjes op. Een medevisser, die we aan de trailerhelling ontmoeten was hierover niet verwonderd. “Veel te druk voor zo’n  klein water en er wordt wel heel veel snoek meegenomen want controle is er bijna niet”, besloot hij.

Een paar dagen later ging onze aandacht naar onbekende en ondiepe kanaaltjes uit. Kanaal 1 bleek snoekloos  te zijn. Een zomersterfte was hiervan de oorzaak, bleek later.

Buiten alle verwachting leverde kanaal 2 ons zeven aanbeten op. De wind en regen deerde ons niet langer. Twee mooie en twee kleinere snoekjes maakten onze namiddag goed. Deze dag lag de streamer op kop en mocht de jerkbait weinig bekoren. Er is toch nog hoop in Vlaanderen.

vrijdag 16 oktober 2020

Twee baarzen en twee snoekjes

 Twee baarzen en twee snoekjes waren het resultaat van een goede twee uur ouderwets spinnen in een Vlaams openbaar hengelwater.

Aangezien hengelen in Nederland voorlopig door corona onmogelijk is, ben ik noodgedwongen aangewezen op Vlaanderen. En roofvissen in Vlaanderen stelt me altijd een beetje teleur.  Soms doe je wel eens een ontdekking, die je probeert geheim te houden voor andere kapers op de kust. Maar lang lukt dit nooit. Een drietal goede snoeksessies, met als topdag een dag met 9 snoeken, op een onooglijk watertje eindigde toen enkele plaatselijke hengelaars het nodig vonden om dit water van snoek te ontdoen.
Zo verging het me ook jaren geleden op het kanaaltje dat ik gisteren nog eens beviste. Gedurende een maand had ik daar een heel leuke snoeitijd. 40 snoeken op een zestal sessies, met als uitschieter een dag van 13 stuks en verschillende exemplaren boven de 80 cm, dat zie je niet zo vaak in Vlaanderen. Tot ook hier mijn vangsten opgemerkt werden en men het nodig achtte dit snoekbestand te decimeren.

Na jaren dit water niet meer bevist te hebben, stond ik er gisteren terug met een Pezon et Michel Luxor Luxe 1200 splitcanehengel in de hand en een ouderwetse grote zilveren Tourbillonspinner in de speld van mijn staaldraadje. Een spinner, die ik na een verkeerde worp, zou verliezen aan een els en vervangen door een al even oude zilveren terrible spinner van 60 mm.

Nog steeds vis ik even graag met mijn splitcanehengel. Weliswaar zwaar in de hand maar tegelijkertijd een plezier om mee te werpen en gevoelig naar aanbeten toe. En door de massa extra power bij het aanslaan. Vissen met een splitcanehengel is gewoonweg anders, ook trager en brengt je meteen terug naar die eerste jaren na Wereldoorlog 2 toen het kunstaasvissen vanuit Frankrijk naar ons kwam overgewaaid.

Het kristal heldere water en de omringende natuur waren nog even mooi als jaren terug. Zelfs de ijsvogel ontbrak niet op het appel.
Wat wel veranderd was, was het aantal kunstaasvissers dat ik ontmoette. Vijf hengelaars op zo’n klein stukje viswater, dat is echt wel veel.
Toch wist ik op een rustig stukje nog twee baarzen en twee snoekjes te vangen. Er is nog een klein beetje hoop voor het roofvissen in Vlaanderen.




vrijdag 9 oktober 2020

Na jaren terug

Het is ondertussen bijna vier jaar geleden dat ik nog een artikel aan deze, eigenlijk wel veel gelezen blog toevoegde. De aankoop van een nieuw huis vergezeld van een schier eindeloze reeks renovatiewerken, meer tijd voor en reizen met mijn geliefde, minder wild met dus minder jachtdagen, vaker teleurstellende hengelresultaten en minder zin, beëindigden plots de verdere aanvulling van deze blog.

En dan is er nog de impact van corona, de ziekte die dit voorjaar op zijn kop zette en dit najaar terug in alle hevigheid terug is.

Door de coronamaatregelen lag voor de eerste maal in 30 jaar  mijn boot niet in de haven en kon dus niet op de Hollandse grote rivieren gevist worden. Of we qua vangsten veel gemist hebben, kan ik alleen maar gissen. We hadden in de periode 2017-2019 wel af en toe goede visdagen maar vaker was het huilen met de pet op. Ik herinner me wel een dag trollen op rivier met 6 grote en hard vechtende snoeken, een snoek van rond de 1,20 meter tijdens het vertikalen die vlak voor het scheppen er in slaagde het stingerlijntje door te bijten, mooie gave roofbleien en enkele memorabele feederdagen op de Lek waar het aantal grote en heel zware brasems in de tientallen liep. Ook op reservoir wist ik regelmatig mooie regenboogforellen te verschalken.

Maar het dichtst in het geheugen ligt een snoekdag in de polder begin dit jaar. Nico en ikzelf bevisten wat vergeten en vaak heel ondiep polderwater in het Groene Hart.  Aan mijn hengel afwisselend een kleine traag zinkende jerkbait en een lichte lepel, terwijl Nico een tubefly inzette. Jongens wat een dag was dat. De eerste snoek, die toch wel de meter benaderde, lag op nog geen dertig centimeter water. Hoewel Nico de kruising in de polderwetering voorzichtig benaderde, ging de snoek in een wolk van modder er als een torpedo vandoor. Daarna keerden de kansen en werd het gedurende de namiddag een snoekenfestijn met 40 aanbeten, waarvan er echter maar 15 wisten te verzilveren. Maar welk plezier om nog eens zo’n ouderwets goede visdag te mogen meemaken.

Volgende week start het jachtseizoen en als corona het toelaat staat terug een jachtdag met mijn aloude jachtvrienden op het programma. Verder jeukt het om nog eens een paar avondjes te strandvissen, dit najaar nog eens te bellyboten op het reservoir en de polder in te trekken om te kunstaasvissen of te streameren. We zien wel wat de komende maanden brengen.

Jullie horen zeker nog van onze avonturen.




maandag 19 december 2016

Terug kijken

We leven in turbulente tijden. Manipulatie in de media, door overheden en de verborgen machtshebbers alom. Ordo ab chao ? Laat iedereen hopen van niet. Dat het de komende jaren er niet beter zal op worden daar ben ik - spijtig genoeg - zeker van. De geschiedenis herhaalt zich, zij het onder wisselende gedaanten. En toch worden er weinig lessen uit getrokken. Iedereen ziet het aankomen. En we kijken er naar.
Jagen hebben we frequent gedaan. Op de jachtterreinen van wijlen mijn vriend dokter Herman waar we het aantal hazen de laatste jaren zagen halveren door intensieve landbouw en ijverige buurjagers. Bij mijn vrienden Roland en François waar ik het genoegen had frequent uitgenodigd te zijn en waar de resultaten wisselend, maar de gezelligheid, ontvangst en vriendschap als van ouds waren. En gaat het net daar niet over ?
Paul, Nico en ik bevisten dit najaar nieuw polderwater. Weteringen waar we nu eens niet om de haverklap medevissers ontmoetten. Met een gemiddelde van een tiental snoeken per dag zetten we een gemiddeld resultaat neer.
De neergaande tendens op de grote rivieren zette zich ook dit jaar verder. Zwakke dagen wisselden zich af met zeldzame uitschieters waarbij grote aantallen megaroofbleien, reuzebaarzen en - snoeken in het net kwamen.
De twee snoek- en foreltrip naar Ierland waren van uitstekend tot matig.We braken het eensdagrecord op een Iers meer met rond de 70 forellen op de vlieg op 1 dag vissen van 6 uur. En het waren bovendien vissen van rond de 4 pond en meer. Het streameren op snoek was eerder zwak. Een paar sterk knokkende snoeken tussen de 90 cm en 1 meter maakten het toch nog goed.
Helder water, beroepsvisserij en hengeldruk zullen waarschijnlijk er toe leiden dat de extreem goede vangsten steeds zeldzamer zullen worden. Degradatie van het natuurlijk biotoop, verhoogde landbouwactiviteit, vermindering en versnippering van de beschikbare ruimte maken van de jacht in Vlaanderen op korte termijn steeds meer een flauw afkooksel van wat ooit was. Gelukkig blijft ambiance en vriendschap, zoals onder jagers en vissers gebruikelijk.
Toch doen we verder. Soms tegen beter weten in. Het zit er immers in gebakken.
En hopen op beter kunnen we altijd.
Have a nice Xmas.


vrijdag 21 oktober 2016

Incroyable, mais vrai

Aangezien Roland en zijn echtgenote met reden wereldreizigers mogen genoemd worden, lukt het niet vaak om een dag te vinden waarop Nico, Roland en ikzelf er eens met de boot op de rivier op uit kunnen. Een dinsdag in september was zo'n dag. Een schitterende dag met weinig wind uit het zuidwesten en licht bewolkt. Bovendien veel en langdurig stroming op de rivier. Tekstboekomstandigheden die garant zouden moeten staan voor rijkelijke vangsten.
Zoals gewoonlijk gingen we pas rond de middag op stap. 20 tot 30 gram spinhengels werden opgetuigd met Shimano Stradics 2500 FJ of met een Calaisreel. Op de molens en reels 20 lbs. Tracer Fireline met aan het businessend 28 lbs Sevenstrand. Helemaal niet zo zwaar als je weet dat Nico op deze combinatie enkele weken terug een snoek van 114 cm wist te vangen. Het gebruikte kunstaas was trouwens een Cotton Cordell Wally Diver, zowat de best vangende allround plug ooit geproduceerd. Een diepduikende plug met een subtiele, minimale actie, die net daardoor onweerstaanbaar voor roofvis is.

Vandaag zou zeker gerechtigheid geschieden en ons eerder droevig jaarresultaat tot nu toe verpletterd worden. En ditmaal zou er geen sprake van wishful thinking zijn.
Onze 8 uur durende vissessies begon alvast mooi met de vangst van een roofblei van meer dan 70 cm op een kleine zwarte Sammy, net naast een grote kruidplek. Roofblei, kijk omhoog roofblei, want daar komt een verleidelijke, aan de oppervlakte uitslaande en ratelende Sammy aan.
De visdag bestond zoals gebruikelijk met het afvissen van diverse, soms ver van elkaar verwijderde roofbleistekken, afgewisseld met het trollen op baars. September is de baarsmaand bij uitstek en de Hornet 5 SDR in de gele baarskleur de vanger bij uitstek.
Vele locaties werden werpend of trollend afgewist, steeds met meer of minder resultaat. Roland verbrak in ieder geval al twee personal bests met het grootste aantal roofbleien en de grootste baars op een dag. Een baars van 50 cm kan men bezwaarlijk klein noemen.
Uiteindelijk werd het 1 van de beste dagen van de afgelopen jaren met 18 grote roofbleien en roofbleihybrides (winde x roofblei) en een vijftigtal baarzen, hoofdzakelijk tussen de 40 en 48 cm.
De kunstaaskeuze was beperkt tot oppervlaktepluggen, nl. Sammy's en Gunfish voor roofblei en zelfs baars en tot CC Wally Divers en Hornets SDR voor baars.
Je ziet, soms valt het resultaat beter uit.




woensdag 22 juni 2016

Reservoirpret

Laat ik nu toch wel eens het geluk hebben vlakbij een waterreservoir te wonen waar het heel prettig  vliegvissen is. De regenboogforellen zijn van groot formaat en meestal behoorlijke vechters zodat 20/100 nylon wel het minimum qua breeksterkte is. Door de geringe afstand, zowel tot mijn woonplaats, als tot mijn werk (het ligt er netjes midden in gelokaliseerd) breng ik er regelmatig enkele uurtjes door. Meestal rond dobberend in mijn Super Fat Cat bellyboot. En tussen de vissessies en plaspauzes door, een bij voorkeur Frans wijntje drinkend met mijn visvrienden.
Voor het vissen met de droge vlieg ben ik sinds Ierland fan van Falcon nylon met fluorocoating. Blijkbaar glanst dit nylon minder en is het daardoor minder zichtbaar voor schuwe forellen. Dit bleek toch op de glasheldere Ierse meren. Nu is het aantal dagen dat de forellen op "mijn " reservoir naar droge vliegen stijgen eerder beperkt. Maar wanneer het ze doen, is het meestal een waar festijn. Soms wordt de vlieg behoedzaam van de oppervlakte gezogen, soms kondigt een boeggolf van meters de aanbeet van een regenboogforel aan. De kunst van het vangen van regenbogen is echter om niet te vlug aan te slaan (dit in tegenstelling tot bruine forel waar men echt aandachtig dient te zijn) maar zelfs na al die jaren is het voor mij ook nog moeilijk mijn reflexen te bedwingen. Met als gevolg een gemiste forel en je krijgt al zo weinig kansen. Droge vliegen die het meestal doen zijn zwarte of donkerbruine hertenharen sedges, humpy's, adams en droog geviste muddler minnows op haak 10 of 12.
Het vissen met twee of drie buzzers verdeeld over een 6 meter lange leader en een drijvende of een intermediate lijn kan zeer effectief zijn met keiharde aanbeten maar de trage wijze van vissen ligt me niet zo. Meestal volstaat het immers om de vliegenlijn dwars op de wind in te gooien en gewoon te laten uitdrijven. Echt actief vissen is het niet.
Mijn voorkeur gaat derhalve uit naar het streamervissen waarbij ik worp na worp kan maken. En al dan niet traag binnen strippen. Naargelang het jaargetijde gebruik ik zowel snel zinkende, traag zinkende als intermediate en drijvende lijnen. Mijn leader is meestal zo'n 3 meter lang en bestaat uit 24/100 G-line met op ongeveer een meter van de punt een dropper met een kleinere streamer, een boobie of een natte vlieg. Mijn favoriete streamers zijn zwarte of olijfkleurige Wooly buggers of zonkers. Mijn vistechniek bestaat uit het heel actief op zoek gaan naar de forel, het zoeken naar de juiste diepte en de vangende inhaalsnelheid en -methode.
En dit jaar is het tot nu toe zeer goed vliegvissen. Verleden week met zaterdag 10 en zondag 9 gezonde, sterk knokkende regenbogen op mijn 7-hengel. Zaterdagnamiddag is alvast een nieuwe sessie gepland.

zondag 19 juni 2016

Mayfly season in Ireland 2

Wil je de energie van een dolenthousiast toppubliek nog eens beleven, dan kan ik de opname van "There always be an England" van The Sex Pistols  ( https://www.youtube.com/watch?v=o_SQI9kgqIc&t=2888s ) ten zeerste aanbevelen. Opgenomen in the Brixton Academy in 2007 naar aan aanleiding van het dertigjarig bestaan van deze legendarische groep. Momenteel mijn achtergrond bij het schrijven van deze post. Een beetje vreemde muziekkeuze voor een buitenmens, vind je misschien. Mijn  interesses zijn nu éénmaal heel ruim; vissen en jagen zijn er maar enkele van. En mijn leven nu al veel te kort.
Op dag 3 en 4 van ons verblijf stond het vliegvissen op één van de grootste Ierse meren in volle meivliegperiode op het programma. Van de 15 boten, die die dagen het meer opgingen, waren we de enige buitenlanders. De hatch van meivliegen was op zijn piek, de sfeer op zijn minst opgewekt te noemen en de verwachtingen en het enthousiasme van de Ieren groot. Moet je ooit eens beleefd hebben, ook al vang je niets.
Ierland blijf ik een fantastisch land vinden. Niet alleen omwille van zijn natuur, maar nog meer omwille van zijn ongelofelijke inwoners. Waar word je aan de trailerhelling welkom geheten door een lord in driedelig tweedpak met das die je verwelkomt en een mooie visdag toewenst. Waar vind je een lakeboot met drie hengelaars met een gezamenlijke leeftijd van 270 jaar, die samen nog nooit het jaarlijks meivliegseizoen gemist hebben ? De oudste hengelaar was 91 jaar, gekleed in meer dan verweerde regenkledij en droeg een reddingsvest die waarschijnlijk nog uit de tijd van de Titanic dateerde. Je weet wel enkele grote stukken kurk in een linnen vest ingenaaid. Ook bij deze nog zeer energieke bejaarde waren de vangstverwachtingen groot. Dat hij in de boot diende getild te worden omwille van te stijve ledematen, deerde hem totaal niet. And off they went. Aangezien ze met levende meivligen "dapten", vaarden ze eerst met een vlindernetje rond om de nodige meivliegen te vangen. Nooit gezien.
De eerste dag was er één op een windswept meer met hoge golven en oostenwind. We visten traditional loughstyle, dus met natte vliegen en dit geval met 1 dropper. Door de vlugge drift was zeker voor mij als leek heel moeilijk om contact te houden met de vliegen. Tal van meivliegen overal, maar geen stijgende forel te zien. Geen enkel aanbeet. Wat wil je in dergelijke condities. In de late  namiddag werd het wat rustiger zodat we toch nog enkel kanjers van bruine forellen zagen stijgen . Ik kreeg een aanbeet droog, op een Green Wulff, had de bruine forel voor een tiental seconden aan om daarna de vis kwijt te raken. Het was in ieder geval geen klein exemplaar.
Niettegenstaande de volgende dag er terug oostenwind stond was het kalm. 's Voormiddags wist ik een bruine forel op de natte vlieg, een Cock Robin, te vangen. 's Namiddags zagen we nu echt eens wat een rise van wilde bruine forellen op meivleigen betekent.  Over al waren meer of mindere discrete kringen van stijgende forellen te zien. Marc, onze gids, liet de boot telkens over honderden meters driften terwijl we met de hengel klaar stonden om stijgende bruine forel aan te werpen. Dit betekent inschatten welke richting de forel naar toe zwemt, om zo vlug mogelijk de droge vlieg een meter of twee voor de forel neer te zetten. Spannend, maar aartsmoeilijk. Roland wist er één te vangen, ikzelf kreeg verschillende kansen maar helaas. Maar wat een uitzonderlijke vliegviservaring.